Encyclopedie Drenthe
Stoomzuivelfabriek
Hoogeveen, Coöperatieve In 1896 ontstaan.
Stoppelgewas
Gewas dat zich als tweede gewas na een hoofdgewas ontwikkeld en dat, gezaaid onder granen als dekvrucht, hetzij in een oppervlakkig bewerkte stoppel van een graan- of onder gewas, in de herfst of voorwinter voor groenvoeder of als groenbemestingsgewas benut kan worden.
Stoppelweide
Ook: Eslating. Oudtijds het streng gereguleerde, collectief gebruik om het bouwland na de oogst van de gewassen te beweiden.
Stopsteen
zie: Hunebed
Stormen
Zeer hevige, enige tijd aanhoudende winden, windkracht 9 (21 m/sec.).
Stortplaatsen
Plaatsen waar afval wordt gestort wanneer hergebruik (waaronder composteren), nuttige toepassing of verbranding niet mogelijk is.
Straalpaden telecommunicatie Ook: straalverbinding
Optisch vrije paden met een breedte van ca. 200 m ten behoeve van de telecommunicatie.
Straatnamen
Deze term dekt een tamelijk brede lading want het betreft hier paden, wegen, lanen en straten, verder bruggen, kaden en pleinen, soms ook dammen en dijken.
Straatwegmaatschappijen
Maatschappijen, meestal naamloze vennootschappen, in de 19e eeuw opgericht met als doel de aanleg en/of verharding van wegen op basis van een aangegane geldlening, waarvan de lasten via heffing van tollen terugverdiend moesten worden.
Strafrecht
Geheel van regels betreffende de strafbaarstelling van bepaalde feiten en de straffen.
Streekdorp
Ook: wegdorp. Nederzetting waarbij de huizen in een rij langs een weg, kanaal liggen.
Streektaalfunctionaris
Functionaris, werkzaam bij Drentse Taol, centrum veur taol en letterkunde.
Streektaalliteratuur
Literatuur in de Drentse taal (zie: Drentse Dialecten).
Streektaalonderwijs
Onderwijs in c.q. over de streektaal, i.c. het Drents (zie: Drentse Dialecten).
Streekverbetering
Naam die werd gegeven aan een gebied waar in het kader van een ruilverkaveling ook een intensief voorlichtingsprogramma werd georganiseerd.
Strijdhamer
zie: Hamerbijl
Stroeten
1. Algemeen: Moerassig land, begroeid met struiken en laag opgaande bomen, o.a. Gagel en wilg. Liggen vaak nabij een beekje, zijn veenachtig en brongebieden voor de beken. Werden bij voldoende ontwatering als veeweide gebruikt.
Strokenlandschap
zie: Slagen- of strokenlandschap
Stroomdalgronden
Gronden in de dalen, waarlangs via de oorspronkelijk sterk kronkelende, maar later veelal genormaliseerde stroom, bijv. beken, de natuurlijke afwatering van de zand-gebieden plaatsvindt.
Stroomland
Oudstijds werd een onderscheid gemaakt tussen de verschillende kwaliteiten hooiland zoals dat in de stroomdalen van de Drentse diepjes lag.
Strubben
Ook: strubbel, strubbenbos, strobben, strobbebos
Strubben, De
Herstellingsoord te Schoonloo.
Structuralisme
Architectuurstroming die bij het ontwerpen uitgaat van strakke, geometrische organisatiepatronen, geënt op de ideeën van de architect Aldo van Eyck en vooral uitgewerkt door Herman Hertzberger.
Struiken
zie: Bomen en struiken
Struikheide
zie: Heidesoorten
Struuck
Familie, oorspronkelijk afkomstig uit Utrecht, die in de 17e eeuw in Havelte en omstreken woonde. Johan Struuck (ca. 1600-1666) heeft het huis Overcinge laten bouwen.
Struwelen
Overwegend uit struiken bestaande begroeiingen.
Studenten (Drentse)
Aangezien Drenthe nooit een eigen universiteit heeft gehad, waren - en zijn - de Drenten voor wetenschappelijke vorming dus aangewezen op universiteiten elders.
Stuwwal
Hoefijzervormige wal, in het landschap als heuvels opdoemend, met een inwendig geschubde structuur, ontstaan in de ijstijd Saalien rondom een tongbekken van het landijs.
Swartz-stelsel
Methode om melkvet (room) te scheiden van de melk om er vervolgens boter uit te bereiden.