Encyclopedie Drenthe
Zeis
Handwerktuig dat algemeen werd gebruikt voor het maaien van gras en graan. Dat laatste was - anders dan elders op de zandgronden - met name in Drenthe het geval.
Zuidoost-Drentse venen
Omstreeks 1850 was Zuidoost-Drenthe het enige gebied waar in Nederland nog grote hoogveencomplexen onaangeroerd aanwezig waren.
Wagendiensten
Openbaar vervoer over land, vond tot het begin van de 20e eeuw in Drenthe plaats met paard en wagen.
Zoutkoepel
Bestaat uit omhoog geperst steenzout uit grote diepte naar een bovenliggende breuk of kleine opwelving.
Varken/varkenshouderij
Sinds het midden van de 19e eeuw werd de varkenshouderij tot een van de drie pijlers onder de gemende bedrijf op de zandgronden, het zgn. étagebedrijf. Tezamen met deze ontwikkeling veranderde het dier in korte tijd ingrijpend van habitus.
Spoorwegen
Kunstwegen met rails waarover treinen rijden ten behoeve van personen- of goederenvervoer.
Schapenhouderij
Doorgaans wordt het schaap gezien als hét landbouwhuisdier bij uitstek van de vroegere Drentse landbouw op de esdorpen.
Schapendrift
1. Het recht een bepaald aantal schapen in de dorpskudde te hebben. Het aantal hing af van de grootte van het waardeel.
Rosmolen
1. Inrichting waarmee de kracht van een rondlopend trekdier (gewoonlijk een paard) werd overgebracht op een stationair werkende machine, bijv. een kleine dorsmachine, een karn of een hakselmachine, middels een verticaal draaiende as.
Veensoorten
Alhoewel er nauwelijks veen bestaat dat uit slechts één plantensoort bestaat vindt in Drenthe de naamgeving wel eenduidig plaats.
Tollen
Plaatsen waar van overheidswege of met machtiging van de overheid slechts tegen betaling doortocht of doorvoer wordt verleend over een weg, waterweg of brug.