Aangezien Drenthe nooit een eigen universiteit heeft gehad, waren - en zijn - de Drenten voor wetenschappelijke vorming dus aangewezen op universiteiten elders.
Na de oprichting van de universiteit in Groningen in 1614 gingen de Drentse jongeren vooral daar studeren. De geëigende studies waren theologie en rechten. Het aantal Drentse studenten was zeer beperkt (enkelen per jaar), hoewel in de tweede helft van de 18e eeuw een toename is waar te nemen.
De universiteit van het nabije en verwante Groningen bleef ook in latere eeuwen de eerste keuze, tot op de huidige dag. In de 19e eeuw kregen de Drenten in Groningen een eigen studentengezelschap, zoals studenten uit andere gewesten vaak al langer hadden. Het heeft tot na de Eerste Wereldoorlog bestaan. De eerste Drentse vrouwelijke student was Anna Elisabeth Lamping, dochter van de huisarts in Dalen. Zij schreef zich in 1883 in te Groningen. Het is niet zeker of ze haar studie heeft afgemaakt.