Naam die werd gegeven aan een gebied waar in het kader van een ruilverkaveling ook een intensief voorlichtingsprogramma werd georganiseerd.
Toen in 1954 een nieuwe ruilverkavelingswet werd aangenomen, vreesde het ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening dat in sommige achtergebleven streken de boeren niet optimaal gebruik zouden maken van de nieuwe mogelijkheden. De hoge overheidsinvesteringen in de ruilverkavelingen zouden daardoor onvoldoende rendement opleveren. Het ministerie besloot daarom in de zogenaamde streekverbeteringen intensieve voorlichtingscampagnes op te stellen. Die stoelden op drie vormen van voorlichting: bedrijfseconomische, huishoudelijke en agrarisch-sociale.
Ook in Drenthe werd een aantal streekverbeteringen aangewezen: Sleen (1956-1960), Spier/Wijster (1956-1961), Vledder (1957-1963), Borger (1957-1963), Hoogeveen (1958-1966), Nijeveen (1960-1966), Steenwijks-moer (1960-1967), Peize (1961-1967), Broekstreek (1962-1968), Grolloo-Schoonloo (1963-1968), Hijken (1963-1969), Dalen (1965-1970).
De werkzaamheden in de streekverbeteringen werden sterk beïnvloed door de ideeën van de Wageningse hoogleraar E.W. Hofstee. Die veronderstelde dat het platteland zich in een overgang bevond naar een modern-dynamisch cultuurpatroon, dat wil zeggen dat voortdurende modernisering van de bedrijfsstijl belangrijker was geworden dan werken volgens de soms eeuwenoude boerentradities.
In de praktijk betekende dit dat voor veel kleine-boeren weinig toekomst was weggelegd en boerenkinderen ontvingen daarom voorlichting hoe ze elders in de samenleving aan de slag konden. In Hooge-veen (Hollandsche Veld en Elim) stuitte dat op fel verzet van de lokale boeren, voormalige veenarbeiders die op zeer kleine bedrijven hun levensonderhoud verdienden. In Borger, dat een proefsaneringsgebied was, konden de bedrijven worden vergroot door een deel van de boeren een nieuw bestaan te bieden in de Noordoostpolder.
Begin jaren '60 kreeg het streekverbeteringsprogramma nog een nieuwe financiële impuls, maar daarna stierf het een stille dood. Door de instelling van een O&S fonds kreeg het ministerie vanaf 1962 namelijk een beter instrument in handen om de kleine boeren weg te saneren. In Drenthe behoorde Dalen tot de laatste groep van streekverbeteringen die in 1970 werden afgesloten.
