Encyclopedie Drenthe
Swartz-stelsel
Methode om melkvet (room) te scheiden van de melk om er vervolgens boter uit te bereiden.
Studenten (Drentse)
Aangezien Drenthe nooit een eigen universiteit heeft gehad, waren - en zijn - de Drenten voor wetenschappelijke vorming dus aangewezen op universiteiten elders.
Struuck
Familie, oorspronkelijk afkomstig uit Utrecht, die in de 17e eeuw in Havelte en omstreken woonde. Johan Struuck (ca. 1600-1666) heeft het huis Overcinge laten bouwen.
Structuralisme
Architectuurstroming die bij het ontwerpen uitgaat van strakke, geometrische organisatiepatronen, geënt op de ideeën van de architect Aldo van Eyck en vooral uitgewerkt door Herman Hertzberger.
Stroomdalgronden
Gronden in de dalen, waarlangs via de oorspronkelijk sterk kronkelende, maar later veelal genormaliseerde stroom, bijv. beken, de natuurlijke afwatering van de zand-gebieden plaatsvindt.
Stroeten
1. Algemeen: Moerassig land, begroeid met struiken en laag opgaande bomen, o.a. Gagel en wilg. Liggen vaak nabij een beekje, zijn veenachtig en brongebieden voor de beken. Werden bij voldoende ontwatering als veeweide gebruikt.
Streekverbetering
Naam die werd gegeven aan een gebied waar in het kader van een ruilverkaveling ook een intensief voorlichtingsprogramma werd georganiseerd.
Straatwegmaatschappijen
Maatschappijen, meestal naamloze vennootschappen, in de 19e eeuw opgericht met als doel de aanleg en/of verharding van wegen op basis van een aangegane geldlening, waarvan de lasten via heffing van tollen terugverdiend moesten worden.
Straatnamen
Deze term dekt een tamelijk brede lading want het betreft hier paden, wegen, lanen en straten, verder bruggen, kaden en pleinen, soms ook dammen en dijken.
Straalpaden telecommunicatie Ook: straalverbinding
Optisch vrije paden met een breedte van ca. 200 m ten behoeve van de telecommunicatie.
Stortplaatsen
Plaatsen waar afval wordt gestort wanneer hergebruik (waaronder composteren), nuttige toepassing of verbranding niet mogelijk is.
Stoppelweide
Ook: Eslating. Oudtijds het streng gereguleerde, collectief gebruik om het bouwland na de oogst van de gewassen te beweiden.
Stoppelgewas
Gewas dat zich als tweede gewas na een hoofdgewas ontwikkeld en dat, gezaaid onder granen als dekvrucht, hetzij in een oppervlakkig bewerkte stoppel van een graan- of onder gewas, in de herfst of voorwinter voor groenvoeder of als groenbemestingsgewas benut kan worden.