Skip to main content

Encyclopedie Drenthe

Natuurbeleidsplan (Rijk)

In 1990 heeft de regering een ambitieus plan gepresenteerd waarin voor de middellange termijn (30 jaar) het beleid met betrekking tot natuur en landschap is vastgelegd.

Natuurbos

Bos, dat zich van nature heeft ontwikkeld en niet door mensenhand is aangelegd. Is het er al heel erg lang aanwezig en niet noemenswaard door de mens beïnvloed, dan spreekt men van oerbos. Ooit was Nederland met oerbos bedekt.

Natuurmonumenten

Volledig: Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland, ook wel als Vereniging Natuurmonumenten of Natuurmonumenten aangeduid

Natuurontwikkeling

Stelsel van maatregelen die ertoe moeten leiden dat in natuurarme gebieden die daartoe potentieel geschikt zijn, natuurwaarden worden hersteld of ontwikkeld.

Neandertaler

Vroege mensachtige (Homo sapiens neandertalensis), genoemd naar het Neandertal in Duitsland waar voor het eerst resten van een skelet zijn gevonden.

Nederlandsche Bank

In 1864 opende in de Kruisstraat in Meppel het vijfde agentschap van de Nederlandsche Bank om de omgeving van gereed geld te voorzien. In 1920 werd een nieuw pand aan de Stationsweg betrokken. In WO II roofden de Duitsers 4 miljoen gulden aan goud uit de kluizen van de bank.

Nederlandse Protestantenbond

Vereniging van personen die willen samenwerken om de vrije ontwikkeling van het godsdienstige leven te bevorderen, opgericht in 1870. Deze 'moderne richting' nam afstand van het geloven op gezag en wilde moderne wetenschappelijke inzichten en het menselijk oordelen verbinden aan het geloof.

Nedersaksisch Instituut

In 1953 opgericht instituut aan de RUG, afsplitsing van het Nederlands Instituut van de Letterenfaculteit, met als doelstelling de bestudering van de Nedersaksische (Oost-Nederlandse) dialecten.

Nederzettingsnamen

De in dit verband vaker gehoorde term 'plaatsnamen' vernauwt de blik enigszins tot steden en dorpen, terwijl het hier alle soorten van woonoorden betreft, van één enkel huis tot stedelijke agglomeraties. Derhalve vallen ook boerderijnamen en huisnamen onder de nederzettingsnamen.

Neoclassicisme

Na de Franse periode (zie: Lodewijkstijlen) opkomende bouwstijl die opnieuw teruggrijpt op de klassieke oudheid (zie: Classicisme) maar dit op een wat zware wijze interpreteert.

Neogotiek

Bouwstijl opkomend halverwege de 19e eeuw, waarbij teruggegrepen werd op de gotische vormentaal (zie: Gotiek). Met name herkenbaar aan de spitsboogvorm.

Neolithicum

Letterlijk: nieuwe Steentijd - Prehistorische periode, gekenmerkt door het gebruik van aardewerk, geslepen stenen bijlen, en als middelen van bestaan akkerbouw (emmertarwe, naakte en bedekte gerst, gierst) en veeteelt (rund, schaap, geit, varken) naast het mettertijd in belang afnemende jagen, vissen en verzamelen.

Neorenaissance

Bouwstijl opkomend halverwege de 19e eeuw en gebruikmakend van de decoratieve elementen uit de 16e eeuw (Renaissance, maniërisme). De gevelopbouw werd opgesierd met metselpatronen, boogfriezen, spaarvelden, elementen van natuursteen e.d.