Locatie

Vledder

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Schaafsma
Bron: Drents Archief

1. Voormalige gemeente, zie: Westerveld.

2. Esdorp in de gemeente Westerveld (tot 1998 Vledder), hoofdplaats van de voormalige gemeente; 1961 inwoners en 936 woningen (2000). Gelegen ten westen van Diever en Dwingeloo, ten noorden van Havelte en ten noordoosten van Steenwijk (Ov.). Ten noorden ervan liggen de Vledderesch (wei- en bouwland, bospercelen) en de Vledderhof (boscomplex met woeste grond, vennen, weilanden en akkers) en de gelijknamige boerderij, ten noordoosten het weidecomplex Vleddermade, ten zuidoosten de Vledderlanden tegen de Vledder Aa of Vledderdiep en ten westen het Vledderveld (boswachterij, wei- en bouwpercelen, recreatieparken). Noordwestelijk ligt het dorpje Vledderveen.

Reeds in 1402 Vledder en de Vledderen en in 1472 van Vledderen, ervan uitgaande, dat Fledre (1133) waarschijnlijk in Overijssel thuishoort. De plaatsnaam betekent: moerassig land; vledder, vleder = moerasveen. In het Gronings: fledder = overgang van moerasveen naar hoogveen, in het Westfries: fledder, fladder = moerassig weiland en in het Oud-Hoogduits flaz, flade = kleine vlakte.

Vledder is het moederdorp van Nijensleek. Het veengebied van Nijensleek werd eind 13e eeuw - begin 14e eeuw verdeeld onder de gewaarde erven van Vledder. Tussen 1818 en 1826 werd in die gemeente 2500 ha woeste grond opgekocht door de Maatschappij van Weldadigheid. Ondanks adviezen om de bedrijfsgrootte te verdubbelen in de na 1821 aangekochte heidevelden en venen in o.a. de marke van Vledder, werd hierop niet ingegaan. De plaats is op haar beurt een dochter van Diever.

Te Vledder werd omstreeks 1000 vanuit de moederkerk van Diever een houten kapel gesticht. In 1461 werd Wapserveen als parochie van Vledder afgescheiden. De pastoors van beide plaatsen werden met Dwingeloo uit de vicarissen van de altaren in de kerspelkerk van Diever benoemd.

Tijdens de synode van 1601 te Rolde werd Vledder (Dieverderdingspil) ingedeeld bij de Westerclassis, een jaar later op de Asser synode bij de classis Meppel; het collatierecht berustte bij de eigenerfden.

De opvolgster van de houten kapel, de huidige hervormde kerk (15e eeuw) is een gotische bakstenen zaalkerk met zadeldak en driezijdig gesloten koor. De 14e-eeuwse zadeldaktoren is geplaatst tussen twee puntgevels. Kerk en toren staan op een verhoogd kerkhof. In 1621 werd het gebouw getroffen door brand, doch eerst in 1820 goeddeels verbouwd. In de restauratieperiode 1952-1954 zijn de vensters van het koor weer geopend, evenals de westelijke ingang van de toren. De toegangen aan de zuid- en noordzijde (voor resp. de mannen en de vrouwen) werden daarentegen gesloten. Het interieur omvat o.a. een zeskante preekstoel (1760) en een grafzerk in het koor (1826).

Door het werk van de Maatschappij van Weldadigheid kreeg de predikant van Vledder ook de zorg voor de nieuwe bewoners van Frederiksoord. In 1823 bezochten Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp tijdens hun voetreis door Nederland een kerkdienst in Vledder op 6 juli 1823. Zij troffen daarin zowel Vleddenaren als kolonisten aan en de dominee begon de preek niet eerder dan dat generaal Van den Bosch aanwezig was. Drentse ontwikkelingen in proza en poëzie werden beschreven door een gewezen predikant van Vledder (1854), n.l. Alexander Lodewijk Lesturgeon (1815-1878). Het aantal rooms-katholieken in Vledder nam omstreeks 1840 door de Maatschappij sterk toe. Dat leidde tot een tweetal nieuwe parochies: Frederiksoord (1845) en Wateren-Zorgvlied (1854).

Landgoed Boschlust is nauw verbonden met de familie Van Royen, die zich in 1736 in Westerbeeksloot vestigde. S.J. van Royen was in de Franse Tijd patriot. Hij was schulte, burgemeester en notaris tot zijn overlijden in 1834. Verder heeft hij een grote rol gespeeld bij de aankoop van gronden door de Maatschappij van Weldadigheid. In 1834 nog werd op zijn initiatief het eerste Vledderhof gebouwd. Het huidige pand dateert uit 1875. Huis en landgoed (145 ha) waren tot 1913 familiebezit. Daarna gingen zij in vele andere handen over. In 1974 is het landgoed aangekocht door Het Drentse Landschap.

In 1815 werd Vledder een zelfstandige gemeente, los van Diever. Het dorp breidde zich na 1850 in oostelijke richting uit. De kern bestaat uit twee brinken, Grote en Kleine Brink, beiden begroeid met eiken, met ertussen het voormalige gemeentehuis, thans museum (1998). Op de Grote Brink ligt een grote zwerfkei (1903) van 17 ton, die hier in 1945 is geplaatst als oorlogsmonument voor de slachtoffers van WO II. Aan de noordwestrand van het dorp staan nog enkele barakken van het vroegere werkkamp Vledder. Hierin kwam de Nederlandse Arbeidsdienst met arbeidsdienstplichtigen, nadat de joden aldaar eind 1942 waren afgevoerd. Begin september 1944 pleegde een Friese verzetsgroep een gewapende overval op het kamp om de arbeiders te laten vluchten. Van hen konden 18 mannen ontkomen en werden in holen in de bossen van Doldersum verborgen. Eén hiervan werd ontdekt; de zes bewoners werden ter plekke door de SD doodgeschoten. Na WO II werd het een kamp voor dienstweigeraars, die hier 2,5 tot 4 jaar verbleven. Men werd ingezet bij de ontginning, later in de schoenmakerij, drukkerij en boekbinderij. Van 1970-1978 was het complex een jeugdinternaat, vanaf 1978 het domein van sociaal en cultureel werk en de voetbalvereniging BEW.

Overige bezienswaardigheden: achtkante houten stellingmolen (1968), samengesteld uit twee Groninger watermolens (tweede helft 19e eeuw), fraaie 17e en 18e-eeuwse boerderijen aan de Dorpsstraat en De Hoek, Museum Valse Kunst in het voormalige gemeentehuis en Zeemuseum Miramar

Literatuur