Begrip

Oorlogsmonumenten

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

M.A.W. Gerding

In de jaren '40 en '50 werden op alle mogelijke plaatsen in gedenkmonumenten opgericht. Op 15 oktober 1945 werd bij Koninklijk Besluit aangekondigd dat het plaatsen van gedenktekens op, of zichtbaar vanaf de openbare weg, alleen was toegestaan nadat het ontwerp goedgekeurd was door de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Daartoe werd op rijksniveau een Centrale Commissie ingesteld, die werd ondersteund door elf Provinciale Commissies.

Ook in Drenthe was een dergelijke commissie actief. Het archief van deze commissie kon (nog) niet achterhaald worden. De gedenkmonumenten uit deze fase zijn qua vorm niet allemaal gelijk, maar er zijn wel overeenkomsten te onderkennen. De thema's waren het verzet, de onderdrukking, de overwinning en de bevrijding en de gevallenen (zowel verzetsmensen als burgers). Opvallend afwezige was de joodse bevolkingsgroep. Hoewel daar zijdelings wel aandacht aan werd besteed (op het algemeen gedenkmonument in Rolde staan bijvoorbeeld ook de namen van de gedeporteerde joodse inwoners), was het geen onderwerp op zichzelf, zoals dat later zou worden.

In veel gevallen werd in Drenthe bij de vormgeving van de gedenkmonumenten gekozen voor het gebruik van een zwerfkei, waarop een plaquette werd gemonteerd. Naast een praktisch motief - in Drenthe zijn veel van dat soort keien voorhanden en zij vormen een solide, weersbestendige basis voor het monument - lagen hier ongetwijfeld ook financiële motieven aan ten grondslag.

In de grotere Drentse plaatsen staan veelal gebeeldhouwde gedenkmonumenten. De vormgeving van deze gedenkmonumenten kent een duidelijke karakteristiek die voor iedereen te begrijpen was: herkenbare, realistische vorm en heldere symboliek. Vaak werd een mens uitgebeeld en gebruik gemaakt van de traditionele klassieke en christelijke grafsymboliek: de palmtak als symboliek van de overwinning (Assen), de slang als symbool van het kwaad en een klein kind als symbool van de toekomst (Meppel). De gebalde vuist (Vries) en de gebroken ketenen, (Hoogeveen) spreken voor zichzelf. Ook de ontblote schouder als symbool voor het naakte bestaan en de omhooggerichte blik (Hoogeveen) spreken voor zich. De overall-achtige kleding die het Hoogeveense beeld draagt, staat symbool voor de 'illegale werker'.

De deportatie van de joden was lange tijd geen zelfstandig onderwerp. De eerste poging in 1957 om in Westerbork een gedenkmonument op te richten strandden op afwijzing van joodse zijde. De joodse bevolkingsgroep richtte in deze eerste periode na de oorlog wel gedenktekens op, maar eerder in eigen kring. Zij rouwden om de overleden familieleden en gaven dit bijvoorbeeld vorm door het plaatsen van een groot grafmonument op de joodse begraafplaats (Assen). In Hoogeveen werd in 1962 een gedenkmonument geplaatst voor de joodse begraafplaats. In 1981 werd het monument uitgebreid met platen waarop de namen van alle gedeporteerde joodse Hoogeveners staan. In 1992 werd op initiatief van een joodse familie een 'ner tamied' bij het monument geplaatst, een eeuwig brandende lamp waarmee de gedachtenis aan de overledenen levend gehouden kan worden. In 1970 werd op het terrein van het voormalig kamp Westerbork het nationaal monument van Ralph Prins (het stootblok met de omhooggebogen rails) geplaatst. In de Drentse plaatsen en plaatsjes volgde langzaamaan de oprichting van joodse gedenkmonumenten.

Van de ruim 100 gedenkmonumenten in Drenthe is ongeveer de helft in de eerste vijftien jaar na de oorlog opgericht. In de jaren '60 en '70 werden nauwelijks gedenktekens opgericht, waarna in de jaren '80 en '90 weer een groot aantal nieuwe gedenkmonumenten onthuld werd. Deze monumenten verwijzen specifieker dan voorheen naar concrete gebeurtenissen uit of personen uit WO II. [M.A.W. Gerding]

Literatuur