Persoon

Alexander Lodewijk Lesturgeon

Geboren: 1815
Gestorven: 1878

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Nijkeuter

(Venlo 1815 - Beilen 1878) Predikant en schrijver.

Studeerde theologie aan de universiteit van Groningen. In 1843 werd hij hulpprediker te Oosterhesselen, een jaar later predikant aldaar (1844-1854). Vervolgens stond hij in Vledder (1854-1864) en Zweeloo (1864-1878). Als predikant bestreed Lesturgeon misstanden en verkeerde gewoonten. Hij voerde ook strijd tegen wijdverbreide vormen van bijgeloof. Voorts had hij bij veel gemeenteleden een reputatie als 'medicus'. In zijn standplaatsen was hij oprichter van vele leesgezelschappen en diverse rederijkerskamers, waarmee hij het toneelspel stimuleerde. Ook was hij lid van het Nutsdepartement Frederiksoord, waarvoor hij menige voordracht hield. Uit de titels van zijn causerieën spreekt gevoel voor humor.

Als letterkundige werd hij regionaal en zelfs nationaal bekend. Reeds in 1836 als student schreef hij poëzie. Samen met anderen vormde hij het gezelschap Musis Sacrum, een semi-literaire kring waarin men zich bezighield met retorica en declamatie. Met D.H. van der Scheer en H. Boom vormde hij het schrijvende driemanschap Drie Podagristen. Het eerste deel van hun hoofdwerk, getiteld Drenthe in vlugtige en losse omtrekken geschetst verscheen in 1843. Deel twee verscheen in 1847. Lesturgeon heeft bij herhaling beweerd dat hij de schrijver van dit reisboek was, maar waarschijnlijk heeft ook Harm Boom er aanvankelijk aan meegewerkt. Met Boom schreef hij eveneens een ander 'podagristenboek'. In 1843 verscheen het eerste deel van Een Drenthsch gemeente-assessor met zijne twee neven op reis naar Amsterdam, in 't voorjaar van 1843 (Deel II, 1853). Dit werk bevat een aantal brieven in het Drents, geschreven door Lesturgeon.

Hij werkte voorts mee aan Firmenichs Germaniens Völkerstimmen. Sammlung der deutschen Mundarten in Dichtungen, Sagen, Märchen, Volksliedern u.s.w. (3 delen, 1843-1854). Van 1844 tot en met 1850 verschenen van hem bijdragen in de Drentsche Volksalmanak onder de titel 'Proeve van een woordenboekjen van den Drenthschen tongval', materiaal voor een eenmaal uit te geven woordenboek. In 1874 en 1875 publiceerde hij in het Weekblad van en voor Oostermoer en Zuidenveld nog een lijst 'Drentsche woorden en spreekwijzen'. Zijn laatste dialectbijdrage is te vinden in het Algemeen Nederduitsch en Friesch Dialecticon (2 dln., 1874) van Johan Winkler (1840-1916). Hij droeg aan de Drentsche Volksalmanak, Drenthina en Erica verzen en/of artikelen bij. Ook leverde hij bijdragen aan kranten buiten de provincie.

Lesturgeon overleed tijdens een klassikale vergadering in Beilen en werd begraven in Zweeloo. [Nijkeuter]

Literatuur