Samenwerkingsverband tussen fabrikanten van turfstrooisel.
De basis hiervoor werd gelegd tijdens WO I toen de turfstrooiselindustrie, min of meer op last van de overheid, georganiseerd werd in een zuidelijk en noordelijk verkoopkantoor. Na de oorlog besloten de turfstrooiselfabrikanten de gezamenlijke verkoopstrategie te handhaven. Op 6 december 1918 werd tijdens een bijeenkomst te Utrecht besloten beide Verkoopkantoren samen te smelten en te vestigen te Rotterdam. Op 1 januari 1919 trad het nieuwe Verkoopbureau in werking. Het bestuur was in handen van de verschillende turfstrooiselfabrikanten.
Het Verkoopbureau Turfstrooisel, dat in 1927 bij verlenging van het contract werd omgezet in een naamloze vennootschap, heeft tot 1935 gefunctioneerd. De eerste jaren ging dat vrij probleemloos, maar nadat in 1926 Veldkamp op de markt was verschenen en de concurrentiestrijd daardoor opleefde, namen de onderlinge irritaties snel toe. Veldkamp was geen lid, maar groeide wel snel uit tot de grootste producent na Griendtsveen. Laatstgenoemde bezette een dominante positie in het Verkoopkantoor. Wantrouwen leidde ertoe dat vanaf het jaar 1934 het samenwerkingsverband desintegreerde.