Plan voor exploitatie van veengebieden.
In 1853 bepaalde het Drentse college van Gedeputeerde Staten van Drenthe in het 'Reglement op de verveningen in de provincie Drenthe' dat alvorens een vergunning tot vervening werd verleend er een Plan van Aanleg moest zijn. Hierin diende te worden aangegeven waar kanalen en wijken zouden worden gegraven, hoe diep die zouden zijn, en waar wegen, sluizen en bruggen zouden worden gebouwd. Ook werd in dit plan vaak vastgesteld hoe snel de infrastructuur moest worden aangelegd. Het veenschap of waterschap op wiens naam de concessie stond, moest er op toezien dat de bepalingen in het Plan van Aanleg werden uitgevoerd.