Voor de totstandkoming van de eerste boterfabrieken (zie: »Zuivelindustrie) verkochten veel boeren in Zuidwest-Drenthe en de aangrenzende delen van Overijssel en Friesland hun boter op de Meppeler markt. Deels gebeurde dat in de vorm van zogenaamde 'kluiten', met een gewicht van 11/2 oude ponden (à ± 490 gram). De botermarkt in Meppel was in het laatst van de 18e eeuw ontstaan en sindsdien, maar vooral na 1850, snel in betekenis toegenomen. Zo bedroeg de aanvoer tijdens de eerste helft van de jaren 1870 meer dan 1,5 miljoen kg per jaar.