Locatie

Zwiggelte

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Bron: Drents Landschap

Dr.: Zwiggelt - Esdorp in de gemeente Midden-Drenthe (tot 1998 Westerbork, tot 2000 Middenveld) ten noorden van Westerbork, ten zuidoosten van Hooghalen en ten westen van Elp. Ten noorden ervan ligt het uitgestrekte Zwiggelterveld (bouw- en weiland) met het Zwiggelterbosch (50 ha; bos en woeste grond). Zwiggelte wordt ingeklemd door het Oranjekanaal (noorden en oosten), de Westerborkerstroom (zuiden), de autoweg N381 (Drachten-Emmen; zuidwesten) en de spoorlijn Groningen-Zwolle (westen).

Bronnen vermelden: van Zwichtelen (1416), Swijchler (1477) en Zwichteler (1551).

De plaatsnaam kan zijn afgeleid van:

a) Swichte-lar = 1) weilandengroep (zwaag) op een plaats in het bos of 2) de links gelegen open plaats in het bos; in dat opzicht bestaat er toponymisch verband met Swifterbant;

b) zwichte, swechte, sweg, sweig, swaig (= wei) en lo (= bos); dan is de betekenis bosweide.

Zwiggelte is in de Middeleeuwen ontstaan bij het beekdal van de Westerborkerstroom; hier oude sloten en houtwallen. Het open karakter van Zwiggelte is ondanks de (beperkte) dorpsuitbreiding intact gebleven. Aan de zuidoostkant van het dorp ligt het restant van een brink met oude eiken en een groep fraaie »boerderijen. Bezienswaardige exemplaren staan o.a. aan de Hoofdstraat, w.o. hallenhuistypen uit de 18de en 19de eeuw, met achterbaander (soms ook met onderschoer) of middenlang(s)deel. Omstreeks 1917 ontgon de Algemeene Landexploitatiemaatschappij uit Amsterdam 500 ha onder Zwiggelte en Orvelte.

Schimpnamen voor de inwoners: Stalpaolen en Ramshorens (in beide gevallen nukkig, stijf en weinig plooibaar volk); de laatste naam wijst op heideschapen.

Literatuur