(Curaçao 1860 - Utrecht 1934) Amateur-archeoloog.
Kopieerde in de zomervakanties van 1904-1907 op eigen initiatief, als een soort 'inspecteur van de hunebedden', de plattegronden van Dryden en corrigeerde ze ter plaatse. Van de niet door Dryden getekende hunebedden maakte hij zelf plattegronden. Elk hunebed fotografeerde en beschreef hij naar de toenmalige toestand. Enkele korte publicaties, met name in de Nieuwe Drentsche Volksalmanak, en onuitgegeven typoscripten tonen dat hij indertijd, toen J.H. Holwerda zich nog aan het oriënteren was, ongeveer als enige een nuchter, op het actuele onderzoek in het buitenland en eigen waarnemingen gebaseerd beeld van de hunebedden had ('Een legendaire alomtegenwoordigheid', NDV 1906, 152-167; 'Een "Standaardwerk"', NDV 1907, 68-102; 'Een populaire dwaling', NDV 1908, 86-139; 'De hunebedden van Nederland', De Kampioen 27 (1910) 242-244, 256-258, 277-280).
Vermoedelijk door zijn toedoen is het reservaatje rond hunebed G1 te Noordlaren zoveel vergroot dat een diepe zandgroeve er pal naast opgevuld kon worden. Hij protesteerde tegen de plantsoenaanleg naast het hunebed D27 te Borger en ondeskundige restauraties van de grafkelder, D13, te Eext. Misschien hebben zijn activiteiten het pad helpen effenen voor onderzoek en bescherming van de hunebedden door A.E. van Giffen. Over De Wilde is verder vrijwel niets bekend, van zijn schriftelijke en fotografische nalatenschap resteert slechts een fractie.
- Functie: Amateur-archeoloog
- Geboren: 1860
- Gestorven: 1934
- Geboren in: Curaçao
- Gestorven in: Utrecht