Skip to main content

Ook verstuivingen genoemd, zijn verschijnselen van winderosie.

Ze komen in Drenthe voor in de Veenkoloniën en op hogere zandgronden: gronden met een organische stofgehalte van 15% of lager (Veenkoloniaal) en 7% of lager (zand) zijn stuifgevoelig. Met intensieve (landbouw)bewerking van deze gronden neemt de stuifgevoeligheid toe. Een ruim en open karakter van een landschap geeft de wind vrij spel waardoor daar eerder stofstormen optreden.

Door verstuiving verliest de bodem organische stof en daarmee zijn vruchtbaarheid, biologische activiteit en waterhoudend vermogen. Ook stuiven organische en anorganische gebonden meststoffen en chemische middelen weg. Verstuiving bevordert ook de verspreiding van bodemziekten. Daarnaast vorm het onder-, weg- of blootstuiven van zaden en gewassen een probleem. Verstuiving zorgt bovendien voor water- en luchtverontreiniging en hinder voor bewoners.

Voor het bestrijden van stofstormen bestaan twee basismethoden. De eerste richt zich op het verbeteren van de onderlinge binding tussen bodemdeeltjes door het vermeerderen van de hoeveelheid organische stof, het toepassen van bodembedekkers en het verhogen van het vocht-gehalte van de bodem. Ook is getracht deze binding te vergroten door het bedekken van de bodem met dunne organische mest of lijmhoudende producten. De tweede methode richt zich op het verlagen van de windsnelheid door het aanleggen van windsingels en kunstmatige windschermen.