Oude benaming: Buitengewoon onderwijs.
Onderwijs voor kinderen en adolescenten (3-12 jaar) die wegens lichamelijke of geestelijke gebreken of door maatschappelijke oorzaken niet in staat zijn geregeld en met succes het gewone onderwijs te volgen.
De eerste school voor Buitengewoon Lager Onderwijs in Drenthe werd in 1927 in Assen gesticht. De leerlingen, die het gewone lager onderwijs verstandelijk niet konden volgen, kregen individueel les, veelal gericht op handvaardigheid. Kinderen uit verafgelegen plaatsen werden in de buurt van de school ondergebracht. Hoofdonderwijzer Geudeke zocht voor de oudere debiele leerlingen een werkplek in de samenleving of probeerde met hulp van particulieren voor de imbecielen een werkinrichting te stichten.
In 1953 waren in Drenthe zes blo-scholen, met in totaal 635 leerlingen. Voor het vinden van werk werd de hulp ingeroepen van een provinciale nazorgambtenaar. Deze had contact met werkgevers, coördineerde avondonderwijs en onderzocht de haalbaarheid van werkinrichtingen. In 1949 werd het bij Koninklijk Besluit mogelijk lom-scholen (scholen voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden) met subsidie te stichten.
Met de Nota Speciaal onderwijs in 1977 startte een ingrijpende ontwikkeling. Er kwamen scholen voor moeilijk lerende kinderen (mlk) en iobk's voor in hun ontwikkeling bedreigde kleuters. 't Ruige Veld in Rolde geeft onderwijs aan Zeer moeilijk lerende kinderen (zmlk). Zeer moeilijk opvoedbare kinderen (zmok) kunnen geplaatst worden op De Ruyterstee in Smilde. In 2002 telde Drenthe 26 basisscholen voor speciaal onderwijs met 3147 leerlingen.