Skip to main content

Wettelijk vastgelegde periode in het lesrooster waarin kinderen vrijaf hebben van school en waarin geen lessen worden gegeven.

In de 17e en 18e eeuw werden vakanties in schoolverordeningen opgenomen. Ouders hadden in die tijd alle vrijheid hun kinderen van school te houden wanneer het hen uitkwam. Kinderen moesten meewerken op het land of in het veen en bijdragen aan het gezinsinkomen. Vastgelegd was dat de schoolmeester buiten de schoolvakanties om altijd op school aanwezig was. In de praktijk was dit, met name in de winterbijscholen in de Drentse buurschappen, niet realiseerbaar. De schoolmeester verdiende zo weinig dat hij noodgedwongen gedurende de zomermaanden op het land moest werken. De kerspelscholen moesten het gehele jaar open zijn, maar in de praktijk waren ook deze in de zomermaanden, van april tot november, gesloten. Kinderen bepaalden zelf, zo gaat het verhaal, wanneer de school eindigde door verkleed op school te komen en de onderwijzer, zodra hij bij de school arriveerde, met veel lawaai te verwelkomen en te bespotten, zodat hij onverichterzake weer vertrok. Geleidelijk werd ouders en kinderen de gelegenheid de schooltijden zelf te bepalen ontnomen toen de overheid, in het streven naar een geregelder schoolbezoek, regels vaststelde ten aanzien van de schoolvakanties. De Drentse schoolinspecteurs gingen er in de 20e eeuw nauwlettend op toezien dat de gemeentebesturen zich ook daadwerkelijk hielden aan de in het leerplan vastgelegde schoolvakanties.