Staat van insolventie, waarin men verkeerde wanneer men had opgehouden te betalen.
Grasvelligheid werd voor het eerst in het Drents Landrecht van 1608 geregeld in één artikel. In 1629 werd de rangorde van schulden ingevoerd. Vanaf 1712 kon ook de gegronde vrees van crediteuren voor benadeling van hun positie tot grasvelligheid leiden. De jurisprudentie van de Etstoel zorgde voor verdere invulling van lacunes in de wetgeving. De landschrijver was als 'curator bonorum' belast met de afwikkeling van grasvellige boedels. In de Bataafs-Franse tijd was de Franse wetgeving van toepassing die een einde maakte aan deze Drentse regeling.