Veenonderneming, opgericht in 1874. Doel was de venen te Emmer-Compascuum aan de snee te brengen.
Dit veen gebied grensde aan de rijksgrens met Duitsland en lag net ten noorden van het Barger-Compascuum. Beide gebieden danken hun naam aan het feit dat de weidegebieden bij Nederlandse en Duitse boeren in gemeenschappelijk gebruik (compascuum) waren. De vennootschap telde twaalf aandeelhouders, waaronder W.A. »Scholten en jhr. A.W. Westra van Holthe. Zij kocht het gebied (756 ha) van de boeren van Westenesch, die het gezamenlijk in bezit hadden. De onderneming liet zelf veen afgraven ten behoeve van de kanaal- en wijkaanleg, maar verhuurde of verkocht daarna de veenplaatsen. Ze liet in het gebied ook 66 huizen en een hotel bouwen. In 1907 beëindigde de vennootschap haar werkzaamheden en het Waterschap Emmer-Compascuum nam het werk over.