Begrip

Weekblad van en voor Oostermoer en Zuidenveld

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Krant, met haar opvolgers uitgegeven van 1874 tot 1894.

Opgericht door Petrus de Roo te Exloo, samen met zijn zwager Geert Eerelman. In het blad verschenen regelmatig dialectlijstjes van Jan van der Veen Azn., A.L. Lesturgeon en A.A. Steenbergen. Zij waren echter niet de enigen op dit gebied. Een zekere J. te Nieuw-Buinen leverde 'Bijdragen tot het woordenboek, meest Oostermoersch'. Ook de feuilletonist H. Tillema schreef voor het blad, dat al met al dus verdienstelijke medewerkers had. Het weekblad verscheen op zaterdag en bracht niet alleen regionaal, maar ook binnen- en buitenlands nieuws. Meester Hamminga te Odoorn verzamelde het buitenlandse nieuws. Berichten van de burgerlijke stand, kerk- en schoolnieuws en handelsberichten stonden eveneens in de krant.

Na februari 1875 werd de naam gewijzigd in Drentsche Courant. Algemeen Nieuws- en Advertentieblad. Ook de frequentie veranderde: behalve 's zaterdags verscheen de krant in het vervolg ook 's woensdags. In 1876 verhuisde De Roo met de krant naar Assen en werd de naam opnieuw gewijzigd. Het blad zou voortaan Nieuwe Provinciale Drenthsche en Asser Courant (NPDAC) heten. Ook eerdergenoemde A.L. Lesturgeon werkte een aantal jaren als redacteur voor deze krant.

 In 1877 associeerde De Roo zich met H.G.J. Meijer. De NPDAC verscheen tot 1884 driemaal per week, daarna dagelijks. In dat jaar werd Henri Born de nieuwe uitgever en de redactie werd toevertrouwd aan Harm Boom. Deze was wegens een conflict met Willinge Gratama bij de PDAC vertrokken. Na Booms dood in 1885 werd H. Hartogh Heijs van Zouteveen als hoofdredacteur aangetrokken door Born. Laatstgenoemde werd directeur en Hartogh Heijs van Zouteveen financierde en redigeerde de krant, die weer terugging naar een frequentie van driemaal per week, met een oplage van 3500. Nadat de kapitaalkrachtige Hartogh Heijs van Zouteveen in 1891 was overleden, rekte de krant haar bestaan nog tot 1894.

Literatuur