(Stadskanaal 1900 - Valencia, Spanje 1979) Leraar, schrijver, dichter, kunstenaar; lid van de Groninger kunstenaarsbent De Ploeg. Van augustus 1944 tot mei 1945 bestuursraad ('gedeputeerde') van Drenthe.
Genoot een gymnasiale opleiding in Groningen en Assen. In 1926 studeerde hij af in de letteren; het jaar erop promoveerde hij op Het stadhuis te Enkhuizen. In 1931 voltooide hij eveneens de studie klassieke talen. De band met Assen bleef; Theunisz maakte diverse historische stukken voor lustrumavonden van het gymnasium. Hij publiceerde daarnaast veel gedichten in diverse tijdschriften, o.a. in de letterkundige almanak Erts. In Groningen genoot hij grote bekendheid als schrijver van diverse boeken en dichtbundels.
Theunisz raakte in 1941 in de ban van de Nieuwe Orde en trad toe tot de Germaanse SS (Ahnenerbe), werd hoofdredacteur van het maandblad Volksche Wacht en voorzitter van de Volksche Werkgemeenschap. Ook was hij lid van de stichting Saxo-Frisia (voorzitter was de pro-Duitse hoogleraar J.M.N. Kapteyn uit Groningen). Als bestuursraad zette hij het raamwerk op voor wat later Het Drents Genootschap werd.
Na zijn vrijlating na de oorlog schreef hij een aantal toneelstukjes, wegens een schrijfverbod onder pseudoniem, waarvan één door Het Drents Genootschap werd bekroond (Een vesting viel, ingebracht door stand-in Jan Sloot). Onder de naam Hans van Assen schreef hij het jongensboek Drie jongens in revolutietijd (1955). Tot zijn pensioen was hij docent aan een internationale kostschool in Zwitserland. Theunisz vestigde zich daarna in Sagunto (Spanje). Na de dood van zijn vrouw pleegde hij suïcide.
- Functie: Leraar
- Geboren: 1900-01-01
- Gestorven: 1979-01-01
- Geboren in: Stadskanaal
- Gestorven in: Valencia, Spanje