Skip to main content

(Arnhem 1881 - Amsterdam 1954) Opperrabbijn.

Legde in 1909 het kandidaatsexamen klassieke taal- en letterkunde af aan de Universiteit van Amsterdam; verkreeg in 1911 de titel 'moré' die hem het recht gaf een opperrabbinaat te bekleden. Deze functie bekleedde hij, na een leraarschap aan het Amsterdamse stedelijk gymnasium, eerst in Utrecht (1918), daarna van 1919-1935 in Drenthe. Tal publiceerde tal van geschriften om niet-joden over het jodendom te informeren en om joden bewust te maken van hun identiteit. Uitgesproken tegenstander van het zionisme. Tal werd als opperrabbijn in Drenthe opgevolgd door A.S. Levisson. Hij overleefde de oorlog door onder te duiken bij de Amsterdamse hoogleraar semitische talen Cornelis van Gelderen. In 1951 werd hij tot opperrabbijn van Amsterdam benoemd.

  • Functie: Opperrabbijn
  • Geboren: 1881-01-01
  • Gestorven: 1954-01-01
  • Geboren in: Arnhem
  • Gestorven in: Amsterdam