(Genemuiden 1907 - Zwolle 1996) Schrijver. Werkte als brugwachter, assistent-bakenmeester, pontwachter, machinist, sluiswachter en ten slotte riviermeester.
Blonk op de lagere school uit als schrijver van opstellen en dat talent bleef de belangrijkste grondslag van zijn latere successen. Schreef een aantal verhalen en feuilletons voor dag- en weekbladen. In 1951 debuteerde hij met de roman De bruid van Schokland. Als sluiswachter in Havelte deed hij inspiratie op voor enige Drenthe-romans: Gij zult niet begeren (1957, in 1977 opnieuw uitgegeven als Een turfschipper vaart thuis), Het Veeneiland (1961), Het leven is goed (1964) en Drents volk (1984). De bekendste werken, behalve de reeds genoemde, zijn: Het zilveren scheepje (1950), Lief en leed op de 'Waddenhof' (1958), Zwerversgeluk (1964), De zoon van twee vaders (1968), Ik leef van de wind (1972), Paling peuren (1971), De Zeeburcht (1981), Liefde op het IJsselmeer (1981), De rietdekker (1988), De vrijgezelle koster (1990), Onder volle zeilen (1991), Vrachtbrief voor De Zwerver (1992), Nieuw geluk op 'De Zwaluw' (1993), Een vrouw op de hoeve (1994), Getaande handen (1995), Geluk in de eenzaamheid (1997, postuum), Toch gelukkig (z.j.) en Van praam tot motorschip (z.j.).
- Functie:
- Geboren: 1907-01-01
- Gestorven: 1996-01-01
- Geboren in: Genemuiden
- Gestorven in: Zwolle