(Bandjermassin, Ned. Indië 1858 - Nijmegen 1928) In de periode 1883-1910 hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat in Drenthe, waarvan de eerste vijf jaar in tijdelijke dienst.
Hij deed enkele malen van zich spreken door zijn afwijkende opvattingen ten opzichte van die van Gedeputeerde Staten. Zo vond hij het niet meer dan billijk dat Drenthe zou meebetalen aan de afvoer van Drents water naar het in Overijssel gelegen waterschap Vollenhove, terwijl G.S. daar niets voor voelden. Onder druk van de gemeenschap in Zuidwest-Drenthe kwam het daar echter wel van. In een door hem in 1897 ingediend ontwerpreglement op de verveningen nam Hofstede zgn. bonkbepalingen op. Deze bepalingen dwongen de vervener, op straffe van een boete, een halve meter van het bovenste veen op de ondergrond achter te laten, zodat voor de landbouw geschikte dalgrond kon ontstaan. Toen deze bepalingen tegen de wens van G.S. toch door de Staten werden aangenomen, gaf het college opdracht ze met de meeste soepelheid toe te passen. De ruzie die hieruit voortvloeide liep zo hoog op dat Hofstede volgens overlevering ten slotte vertrok met de woorden: 'Ik stamp het Drentse stof van mijn schoenen en verdwijn'. In 1910 vertrok hij naar Nijmegen.
- Functie: Hoofdingenieur van de Provinciale Waterstaat in Drenthe
- Geboren: 1858-01-01
- Gestorven: 1928-01-01
- Geboren in: Bandjermassin, Ned. Indië.
- Gestorven in: Nijmegen