(Amersfoort 1916 - Assen 2003)
Politicus, bestuurder. Begon in 1935 zijn ambtelijke loopbaan als volontair in Nunspeet. In de oorlog werd hij opgepakt, omdat hij in 1940 en 1942 zijn dochters naar Oranjetelgen had vernoemd. Daarna verbleef hij in de 'kampen der intellectuelen' Haaren en Sint Michielsgestel. Zijn verblijf inspireerde hem tot een rechtenstudie.
Na de oorlog trad Franssen in dienst van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten in Den Haag. Van daaruit kon hij zijn rechtenstudie in Leiden afmaken. Hij promoveerde in 1981 op De Tweede Kamer en Binnenlandse Zaken. Zijn werk bij de VNG bracht Franssen in contact met Drenthe en commissaris J. Cramer. In 1950 trad hij in Drentse dienst: aanvankelijk als controleur van de gemeentelijke financiën, al spoedig als kabinetschef. Cramer zag een kamerlid in hem. Dat werd van 1956 tot 1977 werkelijkheid.
Franssen liep, net als een paar anderen, niet aan de leiband van de fractie. Hij hield zich aan de grondwettelijke bepaling 'dat een kamerlid stemt zonder last'. Hij was onder meer tegen het huwelijk van prinses Beatrix en Claus von Amsberg, maar zei ook: 'Later heb ik het optreden van de prins-gemaal leren waarderen'. In de Kamer was hij de contactpersoon voor burgemeestersbenoemingen. In 1977 werd hij zelf een jaar lang (overgangs)burgemeester in Smilde, met speciale zorg voor de Molukkers. Hij was niet onbekend met het raadswerk, als gevolg van zijn raadslidmaatschap van Assen van 1958 tot 1964. Franssen was daarnaast onder meer voorzitter van de Pabo De Eekhorst en bestuurslid van Licht en Kracht te Assen. Landelijk was hij SER-lid, voorzitter van de kiesraad, ondervoorzitter van de Buitengewone Pensioenraad (voor verzetsmensen). Hij was ook jaren voorzitter van de protestantse werkgemeenschap van de PvdA en ondervoorzitter van die partij, wat hem in staat stelde de voorzitter van de katholieke werkgemeenschap J.H.G. Tans te installeren als partijvoorzitter.
Als deskundige op het gebied van de gemeentelijke financiën verfoeide hij het gebruik van dure adviesbureaus in de gemeente en zag dat als uitholling van de ambtenarentaak. Zijn credo als onkreukbare ambtenaar was: 'Een ambtenaar mag niet lekken. Ambtenaar zijn is iets speciaals, het is geen gewone functie'. [Rodenburg]

- Functie: Politicus
- Geboren: 1916-01-01
- Gestorven: 2003-01-01
- Geboren in: Amersfoort
- Gestorven in: Assen