Begrip

Delfstoffen

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

van Dijk & van Heuveln
Impressie van de Kalkzandsteenfabriek te Hoogersmilde in de jaren '50 of '60.

Stoffen met gebruikswaarde die uit de grond gegraven worden. Naast aardgas, aardolie en steenzout kent Drenthe diverse delfstoffen:

Gips - Naast steenzout is zeer zuivere, tot 95%, gips aangetroffen in de kap op de zoutkoepel bij Schoonloo. Rond 1952 stond deze delfstof in de belangstelling als grondstof voor de productie van zwavelzuur. In 1959 bestonden plannen om ondergronds gips te ontginnen voor fabricage van gipsplaten voor de woningbouw. De hoeveelheid op 150 m diepte is geschat op 529 x 10x ton.

Zand - Voor onder meer ophoogdoeleinden en wegenbouw worden de goed gesorteerde dekzanden opgegraven. Veel ruggen van dekzand zijn sindsdien vergraven. Beekzanden zijn grover van korrel dan dekzanden. Daarentegen zijn ze vaker dooraderd met leem- en veenlagen. In de Beilerstroom zuidwestelijk van Beilen ligt een centrale zandwinning van beekzanden. Praeglaciale zanden afgezet in de ijstijden voor de overdekking met keileem hebben een fijne korrelgrootte structuur. Ze zijn op plaatsen met dunne keileem overdekkingen winbaar in grote hoeveelheden. Veel oudere zanden uit het Tertiair worden bij Emmerschans uit het gestuwde complex gewonnen. Zie: Hondsrug; Stuwwal.

Grove rivierensmeltwaterzanden afgezet door de Rijn worden voornamelijk voor industriedoeleinden gewonnen. Door een te diepe ligging zijn in Zuid- en Oost-Drenthe de winningslokaties beperkt. Bij Emmerschans zijn door het landijs lagen opgestuwd en mogelijkheden voor winning ontstaan. Bij Schoonloo, tegen de flanken van de omhoog rijzende zoutkoepel, worden behalve deze zanden ook veel oudere ontgonnen.Voor asfaltfabricage zijn kleine winningen bij Exloo en Schoonlo. Grovere afzettingen uit het Elsterien worden bij Hoogersmilde gemengd met dekzand voor de fabricage van kalkzandsteen. In het Gasselterveld, het Gieterveld en tussen Zuidlaren en Tynaarlo liggen grote zuigputten voor industriezand.

De hoge eisen, die daaraan worden gesteld, worden beantwoord door de kwaliteit van Rijnzanden en grove Peelozanden (zie: »Formatie van Peelo; Zandwinning).

Grind - Voor beton- en metseldoeleinden wordt grind gewonnen als bijproduct in de zeven voor zand. Meestal is dit rivierzand afgezet door de Rijn. In Schoonloo wordt ook grind uit de oudere zandafzettingen gewonnen. Stenen - Grote stenen uit de keileem zijn veel gebruikt voor wegverharding, dijkversteviging en voor markering van opritten en tuinen. Veel stenen zijn uit Drenthe verdwenen door transport naar elders, vooral bij de heideontginningen. Zie ook: Zwerfstenen.

Veen - Het veen als delfstof heeft bijna afgedaan. Het vergraven van het oude mosveen tot lange turf werd vervangen door het raspen van de bovenlaag van het veen. Deze geraspte laag wordt doorgevroren en vermalen tot tuinturf. Het overgrote deel wordt echter uit Duitsland geïmporteerd. De productie van turfstrooisel uit het jonge weinig verteerde jonge mosveen is helemaal verdwenen. Ook het baggeren van laagveen tot korte turf is afgelopen. Het zeggeveen leent zich minder voor doorvriezen dan het oude mosveen, omdat het veel minder ver is vergaan en bovendien vaak veel ijzer bevat.

IJzeroer - Ook het delven van ijzeroer is verleden tijd. Tot in de jaren 1970 van de vorige eeuw werd in het dal van het Schoonebeker diep nog oer gegraven. Ook in de hoogvenen in de Bargervenen en het Compascuum kwam veel ijzeroer voor. Het werd in ijzerkisten gebruikt voor de reiniging van zwavel uit het kolengas. Ook is het gebruikt voor bijmenging van ijzererts als kwaliteitsverbeteraar.

Het verlenen van vergunning voor de opsporing en exploitatie van delfstoffen en ondergrondse berging van stoffen tot op een diepte van 100 m valt onder de bevoegdheid van de provincie. Voor activiteiten op grotere diepte is een vergunning in het kader van de Mijnbouwwet vereist. Het Ministerie van Economische Zaken heeft de bevoegdheid tot vergunningverlening in dezen. De nieuwe Mijnbouwwet (1 januari 2003 in werking) integreert de wetgeving inzake de opsporing en exploitatie van delfstoffen in de ondergrond van Nederland en het Nederlands deel van het Continentaal Plat. In Drenthe speelt de Mijnbouwwet een rol in de beleidsontwikkelingen rondom ondergrondse opslag van radioactief afval. Bovendien is deze wet belangrijk in verband met het verlenen van vergunningen voor gaswinning en olieboringen door de NAM in Drenthe.