Begrip

Zilversmeedkunst

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Witteveen

In Meppel werd op 26 juli 1765 een zilversmedengilde opgericht. Uit de periode daarvoor zijn vrijwel geen gegevens bekend van in Drenthe gevestigde zilversmeden; de 'goltsmeden' die vanaf 1550 in de goorspraken van Drenthe voorkomen, waren waarschijnlijk reizende handelaren. Een uitzondering is Hendrik Goltsmit, die in de goorspraak van Havelte van 1564 opgevoerd wordt als inwoner van Meppel. In de aanloop naar de oprichting van het gilde vestigden zich vanaf 1740 diverse werkmeesters in Meppel: Gerrit Boomsma uit Leeuwarden, Matthias Sweeden uit Wesel, Arent de Vries uit Zwartsluis en Remmelt van de Wolde uit Veendam. Samen met Berend Dulleman, oorspronkelijk al inwoner van Meppel, dienden zij een verzoek in bij Ridderschap en Eigenerfden om een gilde te mogen oprichten, dat in 1765 werd ingewilligd. Als keuren werden vastgesteld het landschapswapen, de letter D en de jaarletter A. Het archief van het gilde is verdwenen, over de gildemeesters en het aantal gekeurde voorwerpen is dus niets te zeggen.

De productie uit de gildetijd bestaat vooral uit tasbeugels, lepels, bijbelbeslag en sieraden. Houtskool was een onmisbare brandstof voor het fornuis van de zilversmeden; in Drenthe functioneerde van 1760 tot 1778 een houtskoolbranderij uitsluitend ten behoeve van de zilversmederij. Aan het begin van de periode van het Koninkrijk Holland (1807-1812) vervielen de keurmerken van het gilde. In Meppel werd een keurkamer opgericht, drie keurmeesters werden aangesteld. Alle zilversmeden uit de arrondissementen Assen, Meppel en Hoogeveen dienden daar hun waren te laten keuren. Na de inlijving van Nederland bij Frankrijk nam het Bureau de Garantie in Groningen die taak over.

In 1814, na het herstel van de monarchie, kwam er een uniform keurmerksysteem voor het hele land. Drenthe was aangewezen op het waarborgkantoor in Groningen, dat was gevestigd in het Goudkantoor aan de Grote Markt. Als keurmerken werden ingevoerd: een meesterteken, het merk van het waarborgkantoor (de minervakop), een leeuw en een jaarletter. De vestiging van zilversmeden was voor 1800 hoofdzakelijk beperkt tot de grotere plaatsen in Drenthe, zoals Coevorden, Hoogeveen en Meppel, later vestigden zich ook werkmeesters in kleinere plaatsen zoals Assen, Zuidlaren, Beilen, Emmen, Dwingeloo en Borger. Deze vestigingen waren soms van korte duur: de onderlinge concurrentie was groot, maar een nog grotere bedreiging was de komst van het machinale massaproduct. [Witteveen]

Literatuur

  • Lit.: H. Tupan en J. Timmer, Drents zilver 1650-1900 (Assen 1979).