Locatie

Wijster

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Schaafsma
Tekening van E. van Drielst, voorstellende een dorpsgezicht van Wijster. Links een koe bij de brandkuil en de nog bestaande schuur aan de Beilerweg 4. Rechts de voorganger van de huidige boerderij aan de Bruntingerweg 1. Op de achtergrond een boerenwagen op de nu grotendeels verdwenen Binnenweg. Neg. nr. 12-36. Fotonr. 12-36. urn:rights:all-reserved

Dr.: Wiester - 1. »Esdorp in de gemeente Midden-Drenthe (tot 1998 Beilen).

Gelegen  ten zuiden van Beilen, ten zuidwesten van Westerbork, ten westen van Mantinge, ten noorden van Hoogeveen en ten oosten van Spier aan de oostkant van de spoorlijn Groningen-Zwolle en de rijksweg A28 (Groningen-Utrecht). Hemelsbreed ca. 4 km oostelijk van het dorp ligt het Wijsterbroek (wei- en bouwland met bospercelen en houtwallen) aan de noordoever van het Oude Diep.

Bronnen vermelden: in Wisnare (1206), in Wisnere (1217), in Wijsnere (1327), de Wijshoerne (1348), to Wijshoerne en van Wijshoerne (1390), Vijzer (1555), Wijser (1557), Wijshoorn of Wijster (1865), Wijsthoorn (1867-68). Ook Wijsterhoorn. De plaatsnaam kan zijn afgeleid van hoerne = hoek; in dat geval is zij toponymisch verwant met Spier (Spehoerne). Over de betekenis bestaan vier zienswijzen: a) wiskerne = lieden in de weidestreek, b) wis(e)n-are = (beboste) hoogte langs de wisen (waternaam), c) wisinharu = goede, zandige heuvelrug en d) wyshoerne = weidehoek.

Na 1850 is het dorp sterk gegroeid. In 1881 werd een openbare school gesticht; deze werd vele malen verbouwd. In 1977 kwam er een nieuwe school, Zuiderenk, op de Zuideres. Omstreeks 1900 beschikte het dorp al over een dorpshuis, een oude school; de brandstof moest men zelf meenemen. In 1968 werd dorpshuis De Weidehoek (naam afgeleid van Wijster) in gebruik genomen. Een en ander is kenmerkend voor het openbare leven en het verenigingsklimaat. Door de regionale centrumfunctie beschikt het dorp over een grote middenstand, met name ten opzichte van Spier en Drijber. Gedrieën vormden zij tot 1680 één marke.

Omstreeks 1900 werd als geldbelegging een grote oppervlakte heide ten oosten van het dorp ontgonnen en veranderd in een groot landgoed van 300 ha, De Vossenberg. Dit was in handen van de Landmaatschappij Drenthe, die veel joodse aandeelhouders had. Na WO II moest het worden verkocht, omdat de meeste joden de oorlog niet hadden overleefd. De nieuwe eigenares werd de Twentse textielfabrikantenfamilie Breuning-Ten Cate. Toen in de periode 1950-1970 de textielindustrie tanende was, dienden veel boerderijen hier, met bijbehorend land, te worden verkocht. In 1974 werd de toen nog resterende 150 ha aangekocht door Het Drentse Landschap. Er waren toen nog twee van de elf boerderijen over. Het landhuis Vossenberg dateert uit 1918.

Ca. 2,5 km ten zuiden van het dorp ligt sinds 1931 het compostbedrijf van de Vuil Afvoer Maatschappij (VAM). Op het VAM-terrein bevindt zich Informatiecentrum De Blinkerd van Essent en Het Drentse Landschap, met zicht op 20 miljoen ton afval, veranderd in groene heuvels met aan de voet natuur. De stichting is bezig om het Oude Diep en het beekdal ervan te herstellen. Tussen Wijster en het VAM-terrein ligt Camping De Otterberg in het Oostersche Veld. Een gedeelte van dit gebied, in 1900-1920 ontgonnen, heeft een radiaal percelenpatroon, gericht op de Wijster toren. Vanuit Wijster bezien lopen de kavellijnen namelijk straalsgewijs uiteen.

Wijster heeft een station gehad aan de spoorlijn Groningen-Zwolle (1870), eerst voor goederentransport (1873), daarna ook voor personenvervoer (1898); in 1940 is het afgebroken. In december 1975 vond bij Wijster een kaping van een passagierstrein plaats door Zuid-Molukkers. Hierbij werden 3 personen, de machinist en twee passagiers, doodgeschoten.

Ten westen van het voormalige station stond - tot de opheffing in 1998 - het Biologisch Station van de Landbouwuniversiteit Wageningen, opgericht door W. Beijerink in de boerderij die hij van zijn schoonvader overnam.

Schimpnaam voor de inwoners: Brabanders (afgeleid van het ras Brabander voor konijnen en/of paarden).

2. Typeaanduiding voor een boerderij uit de Romeinse tijd, genoemd naar de opgravingen te Wijster waar een groot aantal voorbeelden van dit huistype te voorschijn is gekomen. Op de Noorder Es van Wijster werden nabij het Looveen in de jaren 1958, 1959 en 1961 grootschalige opgravingen uitgevoerd door het Biologisch-Archeologisch Instituut. Het onderzoek van een hutkom in 1956 gaf een indicatie dat er in de laat-Romeinse tijd een nederzetting had gelegen. Het onderzoek heeft uitgewezen dat er globaal vier fasen in de ontwikkeling van de nederzetting te herkennen zijn, namelijk: 1. de Midden- en Late IJzertijd, met boerderijen van het type Hijken, Fochteloo-A en Noordbarge; 2. de vroeg-Romeinse tijd met de boerderijen van het type Wijster A en Fochteloo B; 3. de laat-Romeinse-tijd met boerderijen van het type Wijster B en C; 4. de Vroege Middeleeuwen met huizen van het type Peelo B, Eursinge en Odoorn A.

In de Romeinse tijd groeide de nederzetting en werd gekenmerkt door een compacte ligging van omheinde erven met naast de boerderij schuren, spiekers en grote aantallen hutkommen. In deze periode functioneerden er wellicht 15-20 boerderijen gelijktijdig. Eén van de erven valt op door een grote boerderij met daarnaast een uitzonderlijk zwaar gebouw met monumentale ingang, een grote spieker met verdieping. In die tijd was Wijster de belangrijkste nederzetting in Zuidwest-Drenthe. Op enige afstand ten westen van de nederzetting zijn in 1953 zes brandheuvels onderzocht. Direct ten westen van de nederzettingen is in 1926 en 1931 een rijengrafveld opgegraven, waarin een graf is gevonden met rijke bijgaven uit ca. 400 na Chr. Het lijkt te gaan om de uitrustingsstukken van een Germaanse soldaat die in het Romeinse leger heeft gediend. [Schaafsma]

Literatuur