Begrip

Vlas

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Bieleman & Hillenga

Lat.: Linum usitatissimum

Zeer oud cultuurgewas dat voornamelijk geteeld werd en wordt omwille van de vezel (het 'lint') die door middel van een zeer arbeidsintensief procédé kan worden vrijgemaakt uit de stengels. Deze vezels wordt vervolgens na te zijn gesponnen tot linnen geweven. Uit het oliehoudende zaad dat de plant produceert, lijnzaad, kan een (hardende) olie worden gewonnen die onder meer bij de bereiding van verf wordt gebruikt.

De teelt van vlas vereiste een goed doorwerkte bodem. Drentse boeren teelden oudtijds hun vlas op daartoe speciaal omgeploegde perceeltjes wisselland gelegen in de lager gelegen, groenlanden ('lienland'), of op speciale perceeltjes op de essen, doorgaans aangeduid als 'lienstukken'. Door zijn ondiepe beworteling stelt vlas hoge eisen aan de bovenste deel van de bouwvoor, dat niet alleen voldoende vruchtbaar en goed bewerkt moest zijn, maar vooral goed verkruimeld en vrij van onkruid. Onkruid gold als een van de grootste vijanden van de teelt.

Bij vlas is een regelmatig gewas, dat wil zeggen een gewas met een uniforme stengellengte en -dikte van zeer groot belang, reden waarom het inzaaien zeer regelmatig diende te gebeuren. Vlas werd niet geoogst door het te maaien of te snijden maar door het in kleine bundels tegelijk uit de grond te trekken.

Nadat het vlas was geoogst begonnen de verschillende, stuk voor stuk tijdrovende behandelingen die nodig waren voordat het eindproduct, het lint, gereed was. De eerste bewerking die het vlas na de oogst onderging, was het verwijderen van de zaadbollen door de top van het vlas over scherpe tanden te trekken, zodat de zaadbollen afgeritst worden; het zogenaamde 'repelen' De zaadbollen konden ook verwijderd worden door het vlas te 'boken': door middel van het kloppen met een houten 'bookhamer' op de toppen van de vlasstengels die daartoe op de grond (gewoonlijk de dorsvloer) uitgespreid lagen. Uit het lijnzaad dat uit de bollen gedorst werd, kon lijnolie worden geperst. Om de vezels vrij te kunnen maken van de omliggende houtige delen van de vlasstengel, werd het vlas nu een week of langer in water gelegd, het 'roten'. Dit roten berustte op een bacterieel proces en ging met de nodige verontreiniging van het oppervlaktewater gepaard. Vervolgens diende het vlas eerst weer te drogen, waarna de houtige delen van de stengel doormiddel van een 'braak' in korte stukjes van 1 á 2 cm lengte gebroken werden, het 'braken'. Deze houtige stukjes konden daarna door ze als het ware uit te kammen door ze over een 'hekel' te halen, het 'hekelen'. De hekel bestond uit een blok of plank met daarop een groot aantal scherpe pennen of tanden. Het aldus ontstane fijne vlaslint was nu gereed om te kunnen worden gesponnen tot garen, dat vervolgens tot linnen stof werd geweven.

Van 1917 tot en met 1968 stond in Orvelte de enige Drentse vlasfabriek. Deze werd opgericht door J.J. Polak, een ondernemer uit Almelo, om de in Groningen verbouwde vlas, die tot dan toe naar met name naar Vlaanderen werd geëxporteerd, te verwerken. De Eerste Drentsche Stoomvlasbewerkingsfabriek was in bedrijf tot in de tweede helft van de jaren '20, toen J. Israëls, de erfgenaam van de in 1926 overleden Polak, de vlasverwerking staakte en in een deel van het complex een textielfabriek vestigde. Deze vervaardigde onder de merknaam Ortex dameslingerie en maandverband. Een impuls voor hervatting van de vlasverwerking kwam in 1938, toen zowel de Noordelijk Economisch-Technische Organisatie als N.V. Ontginningsmaatschappij 'Het Lantschap Drenthe' rapporten schreven over een herstart van de vlasproductie, om werkgelegenheid te creëren. In 1941 ging de productie, na financiële ondersteuning door 'Het Lantschap Drenthe', weer van start als NV Vlasfabriek Orvelte. De jaren na de oorlog waren voorspoedige: in de jaren 1950-52 huurde de fabriek zelfs 250 ha land in de Noordoostpolder om er zelf vlas te verbouwen, maar na 1956 kwam er een kentering. In 1960 werd nog gesproken met de AKU over overname, maar die plannen werden geen werkelijkheid. In 1968 werd de Vlasfabriek ten slotte gesloten. [Bieleman & Hillenga]

Literatuur