Begrip

Visserij

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Kerkmeijer

In Drenthe is de visserij altijd van weinig betekenis geweest. Het visrecht in Drenthe was oorspronkelijk een recht dat aan de leenheer toekwam (heerlijk recht). Zo gaf de bisschop van Utrecht dit recht in leen uit aan de heerlijkheden Ruinen en Coevorden en aan het Utrechtse kapittel van St. Pieter voor de omgeving van Uffelte.

Over het algemeen was het visrecht in stromende wateren in Drenthe afhankelijk van het aandeel (waardeel) in de marke. Iedere markegenoot mocht vissen in gegraven wateren die aan hem zelf toebehoorden. Over de wijze van deze vroege visserij in Drenthe is weinig bekend. Op beperkte schaal werd sinds de 12e eeuw in de Hunze gewerkt met speciale fuiken, de zogenoemde aalstallen. Deze bestonden uit van takken gevlochten hekwerken die in of naast de rivieren werden geplaatst. De vis kon slechts op één plaats door deze barriè;re waar een klein visnet of fuik was geplaatst.

Aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw waren er tientallen palingvissers in Drenthe. Deze richtten op 20 maart 1901 een eigen belangenvereniging op onder de naam 'Eendracht maakt macht', waarvan visser F. Pomp uit Meppel voorzitter werd. Secretaris en penningmeester waren respectievelijk W. van Houselt en J.H. Hendriks, beiden uit Coevorden. Naast deze palingvissers waren er enkele vissers in Meppel die met schokkers en tjalken op de Zuiderzee visten onder het eigen Meppeler visserijnummer MP. Zo waren er de MP1, MP2 en MP3. Vaak waren deze Meppeler vissers seizoensvissers die gedurende andere delen van het jaar met vracht voeren. De vis werd verkocht op de Groenmarkt in Meppel waar ook een bescheiden 'mijn'-gebouwtje (visafslag) stond. Veel vis werd plaatselijk aan huisvrouwen verkocht maar er werd ook paling geëxporteerd naar Engeland en andere vis naar België en Duitsland.

Naast de vissers van Meppel was er ook een groep Gasselternijveense tjalkschippers die sinds 1890 op de Zuiderzee mochten vissen. In 1891 waren er negen tjalken uit Gasselternijveen, elk bemand met twee personen, die op de Zuiderzee visten. [Kerkmeijer]

Literatuur