Locatie

Uffelte

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Schaafsma
Bron: Drents Archief

Esdorp in de gemeente Westerveld (tot 1998 Havelte) ten noordoosten van Havelte, ten zuidwesten van Diever en Dwingeloo, ten noordwesten van Ruinen en ten noorden van Ruinerwold. De verspreide bebouwing rond Noordesch en Halholten wordt gezamenlijk wel als buurtschap Achter Uffelter Esch aangeduid.

Ten noorden van dit escomplex (inclusief Westeresch) ligt Camping De Blauwe Haan. Ten noordwesten van het dorp ligt het Uffelterveen (bos en woeste grond), ten westen het Uffelterzand (bos met Finse Meertje) en ten zuidwesten het Uffelterbinnenveld (bos, woeste grond en weilanden). Ten zuiden van het dorp ligt het uitgestrekte weidecomplex Uffeltermade, van het dorp gescheiden door de Oude Vaart, de Drentsche Hoofdvaart en de autoweg N371 (Assen-Meppel).

Bronnen vermelden: Ophelte (1040); de Vffelte (1215). De naam is samengesteld uit a) uf = uil en hultithja = plaats, waar hout groeit of b) up-helte, up den holt(e) = het hoger gelegen bosterrein, maar kan ook zijn afgeleid van c) de persoonsnaam Uffo. Dit laatste is plausibel, omdat keizer Hendrik III aan Uffo en zijn broers in 1040 hun landgoed (de hof) alhier ontnam en schonk aan Bernold, bisschop van Utrecht. Deze schonk op zijn beurt de hof in 1048 aan het door hem gestichte Kapittel van Sint-Pieter.

De bisschop bezat veel hoeven in Drenthe, die vanuit hoven (curtes) werden beheerd. In Uffelte lag de hoofdhof met voorraadschuren van dit stelsel. De nederzetting ontwikkelde zich daarna tot administratief centrum en graanopslagplaats van het kapittel. Op dit bisschoppelijk goed kwamen horigen voor. Omstreeks 1300 worden hun verplichtingen vermeld in een beschrijving van het domein van Sint-Pieter te Uffelte, evenals hun bevrijding in de 15e eeuw in het archief van het kapittel te Utrecht. Bij elk bezoek van de proost van het kapittel moesten de horigen zorgen voor 'paard en proviand'. Na hun horigheid werd het pachtstelsel ingevoerd. Kerkelijk werd Uffelte door de bisschop onder Steenwijk gebracht.

Rond 1300 werd door een zeventiental boerderijen in Uffelte de schuldmudde opgebracht aan het Kapittel te Utrecht, samen met de hof van Uffellte aan Sint-Pieter geschonken. Hierover zijn zeer vroege en gedetailleerde gegevens bekend. In 944 telde Uffelte zes huizen, die ook zes schuldmudden opbrachten. Toen later het aantal waardelen werd gefixeerd (twintig), was het dorp tot zeventien gewaardeelde boerderijen gegroeid. De waardelen waren bestemd voor de zeventien boerderijen, de hof, de molen en de proost van het kapittel. Vanuit de hof te Uffelte werd de op het grondgebied van het kapittel verbouwde rogge met kleine schepen naar Meppel verscheept. Dit bezorgde de inwoners van die plaats periodiek werk bij de sluis. De rogge werd daar tijdelijk opgeslagen voor vervoer naar Utrecht. Het kapittel moest het liggeld bij de sluis betalen. Soms kocht een koopman echter een groot deel van de rogge meteen op. Naderhand kwam in Meppel opslagruimte voor de producten uit de hof van Uffelte en bezochten in toenemende mate de kanunniken van Sint-Pieter dit stadje.

Tot 1502 werd geleidelijk gewerkt aan de omzetting van het hofstelsel in een pachtstelsel voor o.a. de Uffelter goederen door kapittel en deken. De horigen, die in het algemeen gegoed en van enig aanzien waren, werden met hun familie tot vrije lieden gemaakt. Op den duur verloor de hof te Uffelte haar administratieve functie; de hof werd verpacht. Alle betalingen en pachtleveringen geschiedden daarna aan het Spijker of Spiker (voorraadschuur), dat in 1439 te Uffelte bij de Oude Vaart was gebouwd of herbouwd. Verderop was het Leemhuis met de werf bij de Leemgraven aan de Aa. Dit spijker werd in de 15e eeuw beheerd door de familie Ten Hove (vroeger horig) en liet de rogge naar Meppel vervoeren voor verder transport en verkoop buiten Drenthe. De invloed van bisschop en kapittel verzwakten geleidelijk. Toch had Uffelte nog tot in de 19e eeuw verplichtingen aan Utrecht; zo moest in 1844 Meilof Willem Santing vier mud rogge aan het Kapittel van Sint Pieter voldoen. In 1643 werd bij Uffelte het (Zuid)veen 'naer 't waertal geseyden ende gedeylt' om er boekweit op te verbouwen.

Door de aanleg van de Drentsche Hoofdvaart in de periode 1770-1780 ontstond meer gevarieerde werkgelegenheid (scheepvaart, onderhoud kanaal), waardoor de bevolking van Uffelte groeide. Tussen het kanaal en de Dorpsstraat werden een kerk, een school, arbeiderswoningen en bedrijfjes gebouwd. In 1925 telde het dorp duizend inwoners. Uffelte bezat lange tijd geen eigen kerk; deze stond vroeger (sinds 1310) halverwege Hesselte (Darp) en Uffelte, later, toen Havelte opkwam, juist buiten dit nieuwe dorp. In 1911 nam ds. P. Niermeyer het initiatief voor een eigen kerk, die er kwam na een inzamelingsactie. Een tweede actie was nodig om het in verval geraakte kerkje te renoveren; dit laatste geschiedde door tachtig vrijwilligers. In mei 1987 was het gerenoveerd en weer klaar voor de kerkdiensten.

Het dorp is veranderd van een agrarische nederzetting in een forensendorp. Veel boerderijen werden aanvankelijk als tweede woning gebruikt, hetgeen de leefbaarheid van de plaats niet ten goed kwam. De gemeente Havelte legde daarop dit gebruik aan banden, kocht en verbouwde een drietal boerderijen, goed voor veertien wooneenheden. De nieuwbouw bij de hoeven werd qua stijl aangepast. De oude kern ligt langs de Dorpsstraat, Schoolstraat en Holtingerweg, waar nog oude Saksische boerderijen staan, niet meer als boerenbedrijf, maar met een woonfunctie. De es, een van de grootste in Drenthe, en het dorp liggen nabij een groot aantal natuurgebieden: Holtingerzand, Oosterzand, Westerzand en Uffelterzand.Tot het eind van de 19e eeuw waren dit uitgestrekte zandverstuivingen als gevolg van een te intensief gebruik van de heidevelden door schaapskudden; later heeft men er bomen geplant.

Bezienswaardigheden: de vierbeukige hervormde kerk (zaalkerk uit 1911) met rondboogvensters, oude Saksische boerderijen, schutsluizencomplex in de Drentsche Hoofdvaart met sluiswachterswoning en het beeld 'De Brugwachter' van Jan Luuks, brugwachter in 1939-1971 (J. Depassé, 1998). [Schaafsma]

Literatuur