Begrip

Tramwegen

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Houtman
Bron: Museum de 5000 morgen, Hoogeveen

Spoorbanen waarover trams lopen.

De openlegging van Drenthe door de aanleg van tramwegen is gestart rond 1900. De afronding daarvan vond plaats in 1918. De moeizame procedures in aanmerking genomen, is het tramnet in een redelijk kort tijdsbestek tot stand gekomen. Dat de tramwegen maar korte tijd een florissant bestaan hebben gekend, is o.a. te wijten aan de onduidelijke verkeerspolitiek van de overheid, de oorlog 1914-1918, de opkomende concurrentie van autobussen en vrachtauto's en de economische crisis in de jaren '30. In deze laatste periode werden tramlijnen gesloten en materieel verkocht of gesloopt. In 1940 zou het tramvervoer definitief worden gestaakt. Het uitbreken van WO II zorgde echter voor een herleving tot in 1947 definitief het doek viel.

De eerste tramwegmaatschappijen in Drenthe maakten gebruik van paardentractie (paardentrams). De hierna volgende vervoersmaatschappijen exploiteerden de daarbij vermelde stoomtramlijnen met vermelding van het jaar van opening:

- Dedemsvaartsche Stoomtramweg-Maatschappij (DSM): lijn Lutten-Lutterhoofdwijk-Coevorden (1897); lijn Coevorden-langs Stieltjeskanaal-Nieuw Amsterdam (1899); verlenging tot Erica (1902); verlenging tot Klazienaveen (1904); lijn Slagharen-Hoogeveen, Noordsche brug (1905); verlengd tot Hoogeveen, station SS (1906); lijn Klazienaveen-Ter Apel (1907); goederenlijn turfstrooiselvervoer Amsterdamsche Veld-Griendtsveen (1911).

- Spoorweg-Maatschappij Meppel-Balkbrug (MB), hoewel de naam anders doet vermoeden was deze maatschappij slechts concessionaris voor één eenvoudige tramlijn, t.w. de lijn Meppel-Balkbrug (1908), waarvan de exploitatie werd verzorgd door de DSM. Met niet minder dan 70 bogen op een afstand van 21 km was het de meest bochtige tramlijn van Nederland.

- Eerste Drentsche Stoomtramweg-Maatschappij (EDS): lijn Hoogeveen-Zwinderen-Oosterhesselen- Sleen-Erm-Nieuw Amsterdam (1903); zijlijn Erm-Emmen (1909); verlenging naar Ter Apel dorp (1910); verlenging naar het Boschhuis (1911); lijn Assen-Grolloo-Schoonoord-Oosterhesselen-Dalen- Coevorden (1918).

- Nederlandsche Tramweg-Maatschappij (NTM): lijn Drachten-Nietap-Roden-Peize-Groningen (1913); lijn Makkinga-Wilhelminaoord-Frederiksoord-Nijensleek-Steenwijk (1914); lijn Oosterwolde-Hijkersmilde-Assen (1915); lijn Hijkersmilde-Meppel (1916).

De ca. 65 km NTM-lijnen hadden breed (normaal) spoor gelijk aan dat van de spoorwegen (1,435 m breed), terwijl DSM en EDS smallere lijnen (1,067 m breed) toepasten. [Houtman]

Literatuur