Locatie
Alle rechten voorbehouden

Sleen

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Schaafsma
Bron: Drents Archief

Dr.: Slien

1. Voormalige gemeente, zie: Coevorden.

2. Esdorp in de gemeente Coevorden (tot 1998 Sleen), hoofdplaats van de voormalige gemeente; 2190 inwoners en 938 woningen (2000).

Gelegen ten westen van Emmen, ten noorden van Nieuw-Amsterdam/Veenoord en Dalen, ten zuidoosten van Zweeloo en ten zuiden van Schoonoord. Ten noorden ervan, ook ten noorden van Noord-Sleen, ligt de uitgestrekte Boswachterij Sleenerzand, ten oosten stroomt de Sleenerstroom, ten westen De Laak, resp. de oost- en westgrens van de voormalige gemeente.

Bronnen vermelden: in Slene, in Sle (1160), Scleen (1335), de Slen (1338), Schleen (1538), Zuid Sleen (1851-55), Sleen (1865-68) en Zuid-Sleen (1900-1910). De betekenis van de naam kan zijn afgeleid van: a) slee = kleine, wilde pruim, b) slee = sleedoorn, c) slad = plas in de hei en d) slade = dal, sleden = in de dalen.

Sleen dateert uit de Middeleeuwen en is ontstaan op de Rug van Sleen, een onderdeel van de Rolderrug (lopend van Peize naar Sleen), en oerparochie van het dingspil Zuidenveld. Men heeft steenovens ten behoeve van de kerkbouw van Sleen (hoofddorp van het dingspil Zuidenveld) te Erm gevonden; de ovens werden in 1937 door Van Giffen opgegraven. De Slener kerk dateert uit het eind van de 14e, begin 15e eeuw. Zij bezit een toren, ruim 59 m hoog, die vroeger vaak als baken fungeerde voor de reizigers op het Ellertsveld. In 1923 is de ingesnoerde naaldspits geplaatst ter vervanging van het open lantaarntje (1867), de opvolger van de door brand verwoeste oude torenspits. In 1880 stortte het kerkdak deels in. De restauratie vond plaats in 1882-83, waarbij het schip met fabriekssteen werd ommuurd en neogotische vensters werden geplaatst; van de oude kerk bleef weinig over. Bij een tweede restauratie (1962-66) werd het interieur opnieuw wit gepleisterd. Het driebeukig schip dateert uit 1350-1404, het koor van de 14e eeuw. Het interieur omvat o.a. een zeskante eikenhouten preekstoel (1668), een orgel (1846-48; in 1949 geplaatst) en een vroeg-13e-eeuws doopvont. Deze deed ooit dienst deed als bloembak in de tuin van de dominee, maar is in 1888 aangekocht door het Drents Museum en na honderd jaar aan de kerk in bruikleen afgestaan.

Omstreeks 1550 vond een splitsing plaats en ontstond Noord-Sleen (5 mud 2 schat schuldmudde) naast (Zuid-)Sleen (12 mud 2 schat), samen goed voor 18 mud schuldmudde. Goederen van de abdijen Werden (curtis in Groningen) en Assen in Sleen aanwezig. De pastoor van Sleen, Johannes Steenberg, ontging in 1587 de functie van landdeken van Drenthe. Zijn voorganger Menso Alting (1541-1612) probeerde als jonge priester reeds in 1566 de hervormde leer in Sleen in te voeren, toen tevergeefs. Pas in 1602 werd hij weer bij de Drentse ontwikkelingen betrokken als voorzitter van de Synode te Assen.

Sleen werd toen ingedeeld bij de classis Emmen, een jaar eerder bij de Oosterclassis; het collatierecht berustte bij de eigenerfden. Tijdens de Patriottentijd werd de onderwijzer-koster van Sleen om zijn politieke gezindheid gestraft, n.l. in 1788. Later werd Sleen een kern van het patriottisme met politieke club, exercitiegenootschap, sociëteit plus militaire sociëteitsleden en propagandacentrum. Bekende namen werden die van de patriottische volmacht Boelken en de radicale schoolmeester Thijmen Geerts Kamps.

In 1843 vond de Afgescheiden Gereformeerde Gemeente van Sleen erkenning. Veel Sleners gingen in 1847 met ds. A.C. van Raalte naar Michigan (V.S.) om hun leer aldaar in vrijheid te belijden en te verbreiden. Het monument 'De Ziener' in de voorgevel van het voormalige gemeentehuis, herinnert aan die tijd. Het dorp kreeg in de 19e eeuw een Joodse Gemeente. De synagoge, in de periode 1859-1878 ook bestemd voor joden uit Emmen, is in 1969 afgebroken. In 1876 kreeg Sleen een gereformeerde kerk aan de Koepen. In 1974 werd aan deze straat een nieuwe kerk gebouwd; het oude kerkgebouw werd toen afgebroken. In 1887 werd een evangelisatielokaal (Nederlands hervormde kapel) gebouwd aan de Menso Altingstraat. Door samengaan van de rechtzinnige met de vrijzinnige Hervormde Gemeente is de kapel buiten gebruik geraakt en verkocht. Er is thans een winkelbedrijf in gevestigd.

Tot 1850 bestond het dorp hoofdzakelijk uit boerderijen langs de brink, nadien is het gegroeid en uitgebreid met middenstanders. In 1894 kreeg het dorp een zuivelfabriek. De jongste uitbreidingen van Sleen liggen vooral aan de zuidkant van de oude kern, die haar eigen karakter heeft behouden: eiken en kastanjes op en rond de brink, klinkerwegen, oude boerderijen. Overige bezienswaardigheden: molen 'De Hoop' (1914); het voormalige gemeentehuis (A. Baart, 1938); het voormalige armenhuis (1855), later een boerderij en deed o.a. dienst als opnamestudio voor de tv-serie Bartje, thans een ontmoetingscentrum; oude boerderijen en winkels, met name aan de Menso Altingstraat; de joodse begraafplaats in een bosje aan de Boterakkerweg; het borstbeeld van Jan Naarding (1903-1963) op de Brink; de dorpspomp, tot 1957 in gebruik; expositieruimte 'De Deel' annex VVV-gebouw.

Schimpnaam voor de inwoners: Booneters, Boneneters. Sleen wordt wel het bonenland genoemd. 

Literatuur