Begrip

Scheepsjager

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Kerkmeijer
Scheepsjager met een paard langs de Drentse Hoofdvaart te Assen. Op de achtergrond het vrachtschip. urn:rights:all-reserved

Ook: pramejager (Zuidwest-Drenthe) - Persoon die met zijn paard tegen betaling schepen door het kanaal trok.

Bij de vaart over de Drentse vaarwegen kon vaak niet worden gezeild omdat de vele sluizen, bruggen en de geringe breedte van het vaarwater dit moeilijk maakten. Om toch vooruit te komen moest het schip worden getrokken. Vaak trok de schippersvrouw met enkele kinderen het schip voort maar het was ook mogelijk een betaalde kracht in te huren. In de meeste dorpen, vaak bij knooppunten van vaarwegen of in de buurt van bruggen, sluizen of dorpscafés kon een schipper dan een scheepsjager inhuren. De scheepsjagers waren vaak kleine boertjes die iets wilden bijverdienen. De tarieven stonden niet vast maar waren afhankelijk van de grootte van het schip, de afstand, de windsterkte en het gewicht van de lading.

Trekschuitschippers of snikkevaarders hadden hun eigen jaagpaard en waren geen klant van scheepsjagers. Bij het trekken van een schip liep de scheepsjager met zijn paard over het jaagpad dat aan weerszijden langs het kanaal liep. Bij scherpe bochten stond vaak een rolpaal waarlangs de jaaglijn, de 'liende' of trekzeel, geleid werd zodat het schip niet in de wal werd getrokken. Tegen het einde van de 19e eeuw nam het aantal scheepsjagers sterk toe, vooral in de Veenkoloniën. In 1879 werd de registratieplicht in de provincie Groningen voor veenkoloniale scheepsjagers opgeheven. Hierop begon onder de scheepsjagers die in de Veenkoloniën, bij de Drentse monden, en op het Stadskanaal werkten een ongekend felle concurrentiestrijd. Onder druk van schippersverenigingen werd op 1 juli 1903 door de provincie Groningen weer een registratieverordening ingevoerd. Elke geregistreerde scheepsjager moest voortaan zichtbaar een penning dragen met een registratienummer. De eerste penning werd uitgereikt aan Uildrik Lamein uit Eexterveenschekanaal.

Tussen 1903 en 1948 werden er 3434 penningen uitgegeven waarvan een groot aantal aan Drentse veenkoloniale scheepsjagers. Voor de Drentse kanalen gold deze registratieplicht niet. Op de Drentsche Hoofdvaart, de Hoogeveensche Vaart en het Oranjekanaal was het aantal scheepsjagers veel kleiner dan in de Veenkoloniën, maar ook hier kwamen wel eens misstanden voor. In 1897 raakten in De Wijk twee scheepsjagers uit Hoogeveen slaags met elkaar, waarbij één met een knuppel werd doodgeslagen.