Persoon

Roel Reijntjes

Functie: Dichter

Geboren: 1923
Gestorven: 2003

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Nijkeuter

(Beilen 1923 - Beilen 2003) Dichter.

Werd na de hbs belastingambtenaar. Debuteerde in 1959 met de gedichtenbundel De iegelkaor. Tot dan toe was hier en daar al eens een gedicht van hem verschenen, dat met R. van Beilo ondertekend was. Ook de luisteraars van de RONO hadden al met Reijntjes kennisgemaakt. In de jaren '60 en '70 verschenen zijn bundels De Speulman (1961), Het wollegres (1965), Kleine Drentse reize (1975) en Al wat ik zag (1978). Opvallend is de bundel Het wollegres, die geheel uit balladen bestaat. Vele daarvan waren tussen 1959-1964 door de RONO uitgezonden en een zestal was in de Nieuwe Drentse Volksalmanak opgenomen. Ook in Oeze Volk verscheen veel werk van hem.

In Reijntjes vroege gedichten zijn de natuur, Drenthe en Beilen belangrijke onderwerpen. Nam in 1972 ontslag bij de belastingdienst en wijdde zich fulltime aan het schrijven. In de latere pennenvruchten van Reijntjes valt een inhoudelijke wending te constateren: meer persoonlijke ervaringen komen aan bod. In zijn thematiek toont hij zich een veelzijdig kunstenaar. Naast de al genoemde traditionele thema's treft men onderwerpen uit de bijbel aan. De relatie met zijn moeder blijft hem (ook na haar overlijden) bezig houden, evenals het ouder worden, de naderende dood en de ontheemde dichter. Deze nieuwe koers culmineerde in 1987 in de bundel Zeefdruk. Met de bundel Mien liefste, ach, wat is met mij (1993) profileerde Reijntjes zich als een moderne poëet. Na deze publicatie verschenen nog een groot aantal bibliofiele werken.

Het latere werk van de dichter trok ook de belangstelling van het letterkundig tijdschrift Roet, dat in 1997 zelfs een aflevering aan hem wijdde. In zijn laatste bundel, getiteld Late brummelpluk (2002) schreef hij openhartig over erotiek - met name over knapenliefde. Behalve poëzie schreef hij radioteksten, een kerstspel, verhalen en bundeltjes met 'Drentse wiesheden'. Hij ontwierp eveneens een Drents kwartetspel, leverde de teksten voor vijf Koppermaandagprenten, werkte mee aan verscheidene boekpublicaties en maakte een lp. Van dit omvangrijke en veelzijdige oeuvre blijft de poëzie het belangrijkste bestanddeel: Reijntjes was vooral dichter. Als zodanig werd hij in 1977 onderscheiden met de Culturele Prijs van Drenthe. [Nijkeuter]

Literatuur