Toplocatie

Kamp Westerbork

Een plek en een wereld om nooit te vergeten

Meestal op dinsdagsavond vertrok de trein vanuit Kamp Westerbork. De hele dag was men onder toezicht van de kampleiding bezig geweest om de transportlijsten af te werken. Degenen die weggevoerd moesten worden, stonden uren bij de trein te wachten die hen naar de vernietigingskampen in Duitsland en Polen zou brengen, naar later zou blijken. Elke week gingen vaak wel duizend mannen, vrouwen en kinderen met de trein mee. Voor de achterblijvers was deze ‘Boulevard des Misères’ dinsdags verboden gebied. Ze moesten in de barakken blijven tot de trein vertrokken was. Een ooggetuige noteerde: ‘De commandant geeft het sein tot vertrek: een wenk met de hand. De fluit gilt, meestal omstreeks elf uur, zij gaat allen in het kamp door merg en been’.

Het verhaal van Kamp Westerbork begon al ruim vóór de Tweede Wereldoorlog. Nederland kreeg steeds vaker te maken met Joodse vluchtelingen die geen normaal leven meer konden leiden in Nazi-Duitsland en voor hun leven vreesden.

Er moest een plek komen waar een grote groep kon worden opgevangen. Eindeloos werd er over van mening verschild tot de regering begin 1939 de knoop doorhakte. De keuze viel op het Zwiggelterveld in het noorden van de gemeente Westerbork dat indertijd was aangekocht om het door werklozen te laten ontginnen.

In de eenzaamheid tussen Zwiggelte en Hooghalen werd in korte tijd een kamp met een oppervlakte van 25 hectare uit de grond gestampt. Reeds in oktober 1939 namen de eerste bewoners hun intrek in het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork. Toen de Duitsers in mei 1940 Nederland binnenvielen en zich Kamp Westerbork toe-eigenden, woonden er 740 vluchtelingen.

In 1942 kwam de Jodenvervolging in al zijn verschrikkelijkheid op gang. Nederland zou in korte tijd ‘Judenfrei’ gemaakt worden, hadden de nazi’s besloten. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden alle Joodse inwoners van Drenthe naar Kamp Westerbork gebracht. Met de bouw van extra barakken was de capaciteit opgevoerd om het kamp te kunnen laten dienen als verzamelplaats van de Joodse Nederlanders. De naam werd omgedoopt in Polizeiliches Durchgangslager Westerbork.

Vanuit het kamp werden de bewoners op transport gesteld naar de vernietigingskampen in Auschwitz en Sobibor. De Nederlandse Spoorwegen kregen de opdracht een spoorlijn aan te leggen van Hooghalen naar het kamp. Als in het bos ten noorden van het Herinneringscentrum loopt, passeer je bij de Meeuwenplas de spoordijk van het lijntje.

De barakken van Kamp Westerbork boden elk plaats aan zo’n 300 mensen. De ene helft was voor de mannen, de andere helft voor de vrouwen. Na half tien mocht je niet meer bij elkaar komen.

Er stonden steeds drie bedden boven elkaar. De vloer was grotendeels bedekt met tassen, koffers en rugzakken. De bewoners van het kamp waren immers op doorreis. De meesten bleven niet langer dan een paar weken in Westerbork.

Etty Hillesum schreef in haar dagboek: ‘Op drie britsen leeft men en sterft men, eet men, ligt men ziek of slapeloos, omdat er zoveel kinderen huilen door de nacht of omdat men zich steeds weer afvraagt waarom er toch nauwelijks berichten komen van de vele duizenden die al van deze plek vertrokken zijn.'

Ook journalist Philip Mechanicus hield in Kamp Westerbork een dagboek bij. Dit noteerde hij over een snikhete vrijdag in de zomer van 1943: ‘Wij snakken naar adem. Op de zandheuvels langs de gracht met geel water aan de buitenkant zoeken mannen en vrouwen verademing van de benauwenis, die hangt in de straten tussen de barakken. Zij zitten op een rijtje op de zandhoop tegenover het prikkeldraad. (...) Dan maakt men zich gereed voor de nacht, voor de realiteit. Achter hen staat het dreigement van het transport, dat de geesten benauwt en dat de mens de slaap maakt tot een hel.’

Elke week dinsdag aan het eind van de middag haalden de achterblijvers opgelucht adem. Voor even, tot de volgende week... In februari 1944 moest Philip Mechanicus met de trein mee. Etty Hillesum was hem in september 1943 voorgegaan. Beiden keerden ze niet terug, zoals vrijwel alle kampbewoners.

Tussen juni 1942 en september 1944 zijn 93 treinen vanuit Kamp Westerbork vertrokken. In totaal brachten ze 102 duizend mensen naar de vernietigingskampen. Slechts zo’n 5000 van hen overleefden het. Bij de bevrijding door Canadese troepen op 12 april 1945 zaten er nog bijna 900 mensen gevangen in Kamp Westerbork.

Waar eens Kamp Westerbork lag, staan nu de enorme schotelantennes van de radiotelescoop. Jaarlijks maken enkele honderden mensen op 4 mei een stille tocht langs nationaal monument van Ralph Prins met de indrukwekkende verwrongen spoorrails op de plaats waar eens het spoorlijntje eindigde. Om acht uur zijn er twee minuten stilte. Vlak daarvoor buigen de antennes naar beneden alsof zij ook stilstaan bij de geschiedenis van deze plek.

Vlakbij het kampterrein helpt het Herinneringscentrum Kamp Westerbork ons om het nooit te vergeten...