Persoon

Gerrit Overdiep

Functie: Jurist

Geboren: 1919
Gestorven: 1998

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

(Leysin, Zwitserland 1919 -Groningen 1998) Jurist.

Zoon van G.S. Overdiep. Geboren in Zwitserland, als gevolg van het verblijf van het gezin aldaar wegens ziekte van Overdiep sr. Studeerde rechten te Groningen en legde in 1943 het doctoraal examen af. Na bij de Asser rechtbank te hebben gewerkt, was hij vanaf 1947 verbonden aan de arrondissementsrechtbank te Groningen; hiervan was hij van 1975-1986 president.

Overdiep was naast een markant en erudiet jurist (hetgeen o.a. tot uiting kwam in zijn spraakmakend optreden tegen de Groningse kraakbeweging) actief in de geschiedschrijving en het behoud van historische en landschappelijke waarden in Noord-Nederland. Zijn eerste zelfstandige publicatie was De landtrekkers in Drenthe en de wet op de woonwagens en woonschepen (1951). In 1955 promoveerde hij op een Drents onderwerp: Rechtsbescherming van de feitelijke verhouding tussen het onwettige kind en zijn ouders, gezien in het licht dier verhouding in Drenthe. Van zijn overige publicaties m.b.t. Drenthe kunnen genoemd worden 'Everswolde', Driemaandelijkse Bladen 15 (1963) en verschillende publicaties over Peize in het blad Hopbel. Van zijn bijzondere interesse voor militaire geschiedenis getuigen: 'De zwanezang van het huis te Ruinen als militair steunpunt tegen het einde der 16de eeuw', Nieuwe Drentse Volksalmanak 77 (1959), 'De Eener schans Portugal', NDV 84 (1966) en De slag bij Ane 1227 (1977).

Overdiep was geruime tijd woonachtig op de monumentale boerderij Ter Hansouwe bij Peize.

Literatuur