Begrip

Orgelbouwers

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Huizing
Het orgel in de Nederlands hervormde kerk te Hoogeveen. urn:rights:all-reserved

Makers van kerkorgels.

Pas in de 19e eeuw had Drenthe orgelmakers op eigen bodem. Daarvoor waren het bouwers van buiten de provincie zoals Theodorus Faber uit Groningen, die in 1658 een orgel maakte voor de kerk in Coevorden.

De eerste in Drenthe gevestigde orgelbouwers waren Albertus van Gruisen (1741-1824) in Meppel, Johann Christoff Scheuer (1776-1854) in Coevorden en Nicolaas Anthonie Gerhardus Lohman (1834-1871) in Assen. Gezien de geringe orgeldichtheid bleven ze allen maar enkele jaren in Drenthe.

In Drentse kerken zijn orgels aanwezig van:

Dam, Lambertus van: Bekende orgelbouwer in Leeuwarden, die in 1861 het orgel verbouwde dat later in de Marturiakerk in Assen stond; een van de bekendste Van Dam-orgels in Drenthe. Hij maakte in 1894 een orgel in Gieten en verplaatste het oude orgel van 1819 uit de Abdijkerk te Assen naar Havelte. In 1897 bouwde Van Dam een nieuw orgel in de Grote Kerk (nu Jozefkerk) in Assen.

Oeckelen, Van: Orgelbouwersfamilie, gevormd door drie generaties Van Oeckelen uit Groningen. Cornelis van Oeckelen was als orgelmaker actief van 1821 tot 1828. Hij was tevens horlogemaker en winkelier te Breda. Zijn zoon Petrus van Oeckelen (1792-1878) werd in 1819 genoemd in betrekking tot het orgel in de Abdijkerk in Assen. Het werk werd gedaan door de orgelmaker Johannes Wilhelmus Timpe. Deze was rooms-katholiek, wat aan de Hervormde Gemeente in Assen niet te verkopen was. De predikant Gerard Benthem Reddingius speelt een bemiddelende rol, door de loftrompet te steken over Petrus van Oeckelen. Die was ook katholiek, maar in Drenthe als orgelmaker niet zo bekend. Na de dood van Timpe in 1837 nam Van Oeckelen diens bedrijf over. Zijn eerste orgel in Drenthe was dat in de koepelkerk te Smilde in 1841. Hij maakte verder nieuwe orgels in Odoorn (1861), dat bij de kerkbrand in 1897 verloren ging, en in Ruinerwold (1872). Twee orgels, gebouwd door Johann Christoff Scheuer, werden door hem vergroot, namelijk die in de hervormde kerk in Dalen (1857) en in Hoogeveen (1861). In 1856 bracht hij een in 1821 gebouwd orgel uit Akkrum over naar de koepelkerk in Veenhuizen. In 1859 verving hij het uit 1716 daterende orgel in de kerk van Zuidlaren door een afgedankt orgel uit Beusichem. In 1861 bracht hij het orgel uit de Pepergasthuiskerk in Groningen, in 1631 gebouwd door Anthony Verbeeck, over naar de hervormde kerk in Peize. In 1864 renoveerde en vergrootte hij het orgel van de hervormde kerk in Beilen, in 1840 hierheen overgebracht uit de Broerkerk in Groningen. In 1862 leverde hij een orgel aan de kerk in Westerbork, afkomstig uit Beetgum en gebouwd in 1726. Hij bouwde in 1872 het orgel in de hervormde kerk van Ruinerwold, gevolgd door een instrument in de hervormde kerk in Kolderveen. Ook zijn zonen Cornelis Allegondus (1829-1905) en Antonius (1839-1918) hebben diverse orgels in Drenthe, zowel nieuwbouw als restauratie, op hun naam staan, waaronder die in de hervormde kerken van Nieuw-Buinen (1879), Diever (1882), Kolderveen (ca. 1870), Dwingeloo (1887), Vries (1888), Gieterveen (1898), Odoorn (1899) en in de gereformeerde kerk in Assen (1884).

Proper, Jan (Heerde 1853 - Kampen 1922): Vanaf 1886 zelfstandig orgelmaker in Kampen. Hij maakte meestal orgels voor gereformeerde kerken en stond bekend als leverancier van tweedehands orgels. Hij was in de leer bij Zwier van Dijk, ook in Kampen, en onder diens hoede verplaatste hij enkele orgels. Zo kwam er in 1884 een orgel in de gereformeerde kerk te Berghuizen (Ruinerwold-Koekange), afkomstig uit de hervormde kerk te Raamsdonk en gebouwd in 1743 door Matthias Amoor uit Groningen. Het is nu een van de mooiste historische orgels in de gereformeerde kerken in Drenthe. In Nijeveen plaatste Proper in 1892 een orgel, afkomstig uit de christelijke gereformeerde kerk te Meppel. In Coevorden werd in 1897 een nieuw orgel geplaatst na een milde gave van mejuffrouw Aleida G. Kramer. Het oude Faber-orgel ging naar de remonstrantse kerk in Hoogeveen. Eveneens in 1897 plaatste Proper het uit 1684 daterende orgel uit de doopsgezinde kerk in Kampen in de hervormde kerk te Bovensmilde. In Hollandscheveld verving hij in 1910 een oud orgel uit 1863 door een nieuw.

Ruiter, Mense (Enschede 1908 - Groningen 1993): Autodidact orgelmaker, die na 1950 wordt beschouwd als de pionier en nestor van de Nederlandse orgelbouw. Hij vestigt zich in 1930 als orgelmaker in Groningen en oriënteert zich op Groningse orgelstijlen uit de 17e tot en met de 19e eeuw. In de jaren '40 restaureerde hij het Garrels-Radeker-orgel uit 1718 in de hervormde kerk te Anloo en van 1953 tot 1967 het orgel uit 1722 van Jan Harmensz. Camps in de Grote Kerk te Meppel. In de periode 1974-1989 werden door de firma Mense Ruiter orgels gebouwd in de Gereformeerde Kandelaarkerk (vrijgemaakt) en de Gereformeerde Open Hof, beide te Assen. In 1986 bouwde hij een orgel in de gereformeerde kerk (vrijgemaakt) in Meppel. In de jaren '90 verzorgde de firma de restauratie van de 19e-eeuwse orgels in Diever en Havelte. 

Literatuur