Begrip

Oppervlaktewater

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Direct aan het aardoppervlak waarneembaar water, zich in vele vormen manifesterend. Van stromende beken tot stilstaande vennen, van kleine poelen tot grotere meren, van ondiepe regenplassen tot diepe zandwinputten. Van natuurlijk meanderende beken tot gegraven, rechte wijken, sloten en kanalen.

In de oorspronkelijke situatie kende Drenthe weinig oppervlaktewater. In de hoogvenen kwamen soms meerstallen voor en op de zandplateaus vennen. In de beekdalen waren aanvankelijk veenvormende vegetaties aanwezig waarbij het water in hoofdzaak langzaam en geleidelijk via het veenpakket werd afgevoerd.

Op veel plaatsen is door mensenhand de waterafvoer versneld, waardoor in de Middeleeuwen meer beken ontstonden. Ook petgaten in de laagveengebieden en sommige van de plassen, zoals Friese Veen, zijn door vervening - en dus door mensenhand - ontstaan. De huidige sloten, kanalen, hoogveenwijken en zandwinplassen zijn jonger, maar allemaal door de mens tot stand gekomen.

Feitelijk zijn de vennen en de beken het meest karakteristiek voor Drenthe. Naast belang voor de mens (drinkwater, recreatie, natuurbeleving) is oppervlaktewater van belang voor de waterafhankelijke natuur. Daarom worden er door o.a. waterbeheerders kwaliteitseisen gesteld aan het oppervlaktewater. De kwaliteit van het oppervlaktewater verschilt van nature.

Op het Drents plateau is het oppervlaktewater van origine voedselarm en zuur. Door bijmenging met grondwater wordt het stroomafwaarts in de beekdalen en in de gebieden rond het Drents plateau basen- en voedselrijker. De kwaliteit van het oppervlaktewater is door menselijk toedoen sterk negatief beïnvloed. Door het vrijelijk lozen van afvalwater en het gebruik van bestrijdingsmiddelen werd de waterkwaliteit slechter, met een dieptepunt rond de jaren '70. Sindsdien is de kwaliteit langzaam verbeterd.

Literatuur