Begrip

Ontginningsmaatschappijen

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Timmer

Organisaties die als doel hebben woeste gronden rendabel te maken door ontginning.

Uitgangspunt was de gedachte dat de heidevelden nutteloos gebied en renteloos kapitaal waren, die beter in cultuurland kon worden omgezet. Later kwamen er ook andere motieven bij zoals werkverschaffing.

De oudste op dit terrein is de Maatschappij van Weldadigheid geweest. In 1893 werd te Utrecht de Oranjebond van Orde opgericht, welke zich ontginning op ideële basis tot doel had gesteld. Ze probeerde haar doel, armoedebestrijding om daarmee het socialisme te voorkomen, te bereiken door ontginning. Zo zette ze huizen in de omgeving van Assen (het Peelerveld, 1897). In 1901 verwierf ze woeste grond in Uffelte (80 ha); in 1903 het Drouwenerzand (300 ha). Dat laatste werd gedeeltelijk bebost. De Oranjebond had sterke bindingen met de Heidemij. Deze fungeerde een aantal jaren als administrateur van de Oranje-bond.

Het in 1899 opgerichte Staatsbosbeheer heeft in Drenthe een grote directe en indirecte rol gespeeld. Deze dienst beheerde bossen, ontginningen en woeste gronden die voorbestemd waren om te worden bebost of ontgonnen en welke aan de staat toebehoorden. Het SBB kocht grote complexen woeste grond (heide, stuifzanden) in Drenthe aan en liet deze, vooral in werkverschaffing, ontginnen en bebossen. Haar bezit in Drenthe groeide van 2322 ha (waarvan 278 ha bos) in 1913 naar 17.213 ha (waarvan 14.030 ha bos) in 1970.

De Algemene Landexploitatiemaatschappij, gevestigd in Amsterdam, nam in het eerste decennium van 1900 de ontginning van ca. 500 ha bij Orvelte en Zwinderen voor haar rekening. De sterk stijgende werkloosheid in de jaren 1920 dwong de overheid tot maatregelen. Zo droeg ze voor 75-100% bij in de loonkosten van werkloze veenarbeiders die bij ontginningen werden ingezet. Een drietal ontginningsmaat-schappijen welke in de jaren 1920 werden opgericht, zetten hen in. Nadat op 18 september 1924 de N.V. Ontginningsmaatschappij 'De Drie Provinciën' in Friesland was opgericht, volgde 19 november 1924 die van de N.V. Ontginningsmaatschappij 'Het Lantschap Drenthe', te Assen. Deze werd mee door bemoeienis van de provincie Drenthe in het leven geroepen. De doelstelling was om in het kader van artikel 123d van de onteigeningwet woeste en andere gronden in cultuur of verhoog-de cultuur te brengen en eventueel te exploiteren om een verhoging van de opbrengst der gronden te krijgen. De N.V. gaf aandelen uit welke door de gemeenten konden worden gekocht. De hoeveelheid aandelen bepaalde hoeveel van haar werklozen de gemeente op de werkverschaffingen mocht plaatsen. De uitvoering van de projecten was in handen van de Heidemij en Grontmij. Er werden voor de N.V. verschillende projecten uitgevoerd zoals de ontginning Weiteveen (1924) waar de gelijknamige geplande nederzetting ontstond. De ontginning van het Zwinderscheveld in 1930 (ca. 1000 ha) was een ander wapenfeit.

Het toenemende aantal werklozen dwong de N.V. tot grotere aankopen van woeste grond. Daardoor ontstond een grote schul-denlast in de jaren 1930, waardoor de N.V. gedwongen werd te reorganiseren. De staat werd nu direct betrokkene bij de werken. Resultaten bleven echter uit. Eind 1948 werd de Groninger zustermaatschappij De Vereenigde Groninger Gemeenten geliquideerd en bij Het Lantschap Drenthe ondergebracht. Begin 1951 ging de 'Drentse' over naar de 'Drie Provinciën'. De beperking van de ontginning van woeste gronden na 1961, mede veroorzaakt door veranderde inzichten, leidde tot de ophef-fing van de N.V. begin 1969. [Timmer]

Literatuur