Organisatie

Mariënkamp

Organisatie type: Klooster

Datum: -

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Deze oorkonde uit 1259 is het oudste originele document van het Drents Archief. Ook inhoudelijk is het een belangrijk document voor Assen. De oorkonde gaat over een ruiling van onroerend goed, waarbij het nonnenklooster Maria in Campis te Coevorden eigendommen verkrijgt in de buurt van haar nieuwe vestigingsplaats: Assen. De omstandigheden van het klooster in de buurt Coevorden waren vrij armoedig. Deze eigendommen, waaronder een molen in Deurze, maakten een verhuizing naar Assen mogelijk. urn:rights:all-reserved

Ook: Maria in Campis

Klooster in Assen.

Na de Slag bij Ane in 1227 moesten de Drenten als onderdeel van de zoen (of: als boete) voor het sneuvelen van bisschop Otto II van Lippe een klooster voor 25 nonnen stichten in de buurt van het slagveld. Het nonnenklooster, dat tussen 1234 en 1246 verrees, werd in 1246 in de Cisterciënzer orde opgenomen als een dochterklooster van de abdij Aduard. Al in 1253 verzocht de abdis om verplaatsing van het klooster vanwege de armoedige omstandigheden. Vijf jaar later werd met de bouw van de nieuwe kloostergebouwen en in 1260/61 verhuisde de kloostergemeenschap naar de marke van Witten in de parochie Rolde, naar een plek die Hassen (later Assen) werd genoemd.

Het klooster in Assen werd in 1460 opgenomen in de broederschap van de orde der Trinitariërs. Deze stelde zich als doel om christenen vrij te kopen, die in handen waren gevallen van moslims. Het aantal nonnen in het klooster is nooit hoger geweest dan twaalf. Daarnaast bestond de kloosterbevolking uit conversen of lekebroeders en proveniers. De abdij bezat goederen in Noordoost Salland en in het kerspel Rolde, en een groot aantal tienden en renten. Vanuit de kloosterboerderijen of uithoven waren de kloosterlingen in verschillende dorpen actief in grondontginning in Drenthe.

Op 13 juni 1418 werd het klooster met de kerk en de klokkentoren door brand verwoest. In 1421 verleende de bisschop Frederik van Blankenheim een aflaat aan ieder, die op enige manier hielp bij de wederopbouw.

Na de Reformatie kwam er een eind aan het bestaan van het klooster. Het had toen een bezit van ca. veertig boerderijen, bossen, landerijen en veengebieden. De gebouwen werden geleidelijk door de provincie in gebruik genomen, waardoor Assen uitgroeide tot de hoofdstad van Drenthe. In de vroegere Abdijkerk aan de Brink en in het gebouw van het Drents Archief zijn nog muurresten van het vroegere klooster aanwezig.

Literatuur