Begrip

Landbouwonderwijs

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

van der Struik
Bron: Drents Archief

Onderwijs in de landbouwkunde.

De ontwikkeling van het Landbouwonderwijs in Drenthe is een bijzondere geweest. Onderwijzers van gemeentelijke lagere scholen gaven landbouwkundig onderwijs aan boerenjongens gedurende zes maanden, enkele uren per week. In 1850 besloot het bestuur van het Drents Landbouw Genootschap (DLG) - toen nog Genootschap ter bevordering van den landbouw in de provincie Drenthe geheten - deze leerkrachten te belonen met een gouden medaille van 50 gulden of de waarde in geld. Het DLG stimuleerde later het organiseren van (avond)cursussen. In 1893 werd de eerste cursus gehouden in Beilen, door E.J. Kamphuis. Zeven cursisten haalden een diploma.

Ook de stichting van scholen werd door het DLG ter hand genomen. In 1907 werd in Meppel een landbouwwinterschool opgericht, in 1916 volgde er een in Emmen. Daarna werden de lagere landbouwscholen opgericht. Ook het landbouwhuishoudonderwijs werd door het DLG ter hand genomen.

In 1946 werd door het DLG een commissie ingesteld die moest nagaan op welke wijze het aantal landbouwscholen kon worden uitgebreid. In 1954 waren er al 23 lagere land- en tuinbouwscholen in Drenthe. Het DLG nam later de administratieve taken van de scholen over. Door de terugloop van het aantal leerlingen werd er in 1964 door het DLG een saneringsplan opgesteld. In de periode tot 1969 werden 15 van de 23 scholen gesloten. De overblijvende acht scholen waren gehuisvest te Assen, Coevorden, Emmen, Hoogeveen, Meppel (twee), Paterswolde en Rolde. De daling van het leerlingenaantal bij de land- en tuinbouwscholen zette zich door in de jaren '70 en '80.

Het Ministerie van Landbouw drong eind jaren '80 aan op het tot stand komen van verticale scholengemeenschappen, de zgn. Agrarische Opleidingscentra (AOC's). In Drenthe ontstonden daarvan twee. In het AOC Elema College in Emmen (genoemd naar de grote landbouwvoorman Jakob Elema) gingen op de Rijksmiddelbare Land- en Tuinbouwschool in Emmen, de Lagere Agrarische Scholen (LAS) in Emmen en Paterswolde en de Lagere Agrarische School (met afdeling levensmiddelentechnologie) in Assen, waarbij de vier onderwijslocaties in stand bleven. Het AOC FMW (Frederiksoord, Meppel, Wolvega) werd gevormd door de Rijks Middelbare Landbouwschool te Meppel, de Middelbare Tuinbouwschool te Frederiksoord en de Lagere Agrarische Scholen te Wolvega en Meppel (CBTB-school).

Een verdere concentratie vond plaats doordat beide in 1990 ontstane AOC's per 1 augustus 1994 fuseerden, waardoor er een AOC Terra College in Drenthe is ontstaan. Aan de 'schoolstrijd' uit de jaren '50 was in 1990 een einde gekomen, omdat de landbouworganisaties gezamenlijk verantwoordelijkheid droegen voor het besturen van de nieuw gevormde AOC's. Bij de laatste fusie is zelfs aan de meerderheidspositie van de standsorganisaties in het bestuur een einde gekomen. [van der Struik]

Literatuur