Begrip

Kultuurkamer

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Nijkeuter

Zogeheten 'instelling' van de bezetter (1941-1945).

De praktische zaken en uitvoerende taken van de Duitse cultuurpolitiek kwamen in handen van een zelfstandig opererende afdeling van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten. Deze afdeling, de Nederlandsche Kultuurkamer (NKK) genaamd, werd op 22 november 1941 ingesteld en trad op 19 februari 1942 met de verordeningen betreffende het pers- en het theatergilde in werking.

De belangrijkste beroepsgroepen op het gebied van kunst en cultuur waren in de Kultuurkamer, waarvan T. Goedewaagen president was, opgenomen via zogeheten 'gilden'. Dat waren er zes: Beeldende Kunst, Muziek, Literatuur, Theater en Dans, het Filmwezen en het Perswezen. Wie naar het oordeel van de bezetter tot een van de zes beroepsgroepen behoorde, diende zich via het desbetreffende gilde aan te melden bij de NKK.

De belangrijkste taak van deze instelling was de nationaal-socialistische gedachte te propageren en de kunstenaars en journalisten te controleren. Wie zich niet bij de Kultuurkamer had aangemeld, had geen toestemming om te werken. Het culturele leven in het Noorden onderging niet alleen de invloed van de op individuele kunstenaars gerichte algemene maatregel, geconcretiseerd in de Kultuurkamer, maar werd door de bezetter ook op een meer specifieke manier in de ideologische tang genomen. Artikel 15 van de verordening betreffende de Nederlandsche Kultuurkamer bepaalde dat er gewestelijke bureaus konden worden ingesteld, waarvan het werkgebied zich over meer dan één provincie kon uitstrekken.

Op 10 november 1942 werd voor het eerst een dergelijk besluit genomen en daarin werd bepaald dat er een Gewestelijk Bureau voor Groningen en Drenthe zou komen. Het bureau werd gevestigd in het gebouw van het kunstlievend genootschap Pictura aan het Martinikerkhof te Groningen. Tot leider van het bureau werd benoemd de Groninger auteur Ger Griever (1900-1970). Sinds augustus van dat jaar was hij al bestuursraad (een soort gedeputeerde) van de provincie. Voor de dagelijkse, uitvoerende werkzaamheden van het bureau werd een gewestelijk bestuurder aangesteld, de kunstschilder W.B. van Marle te Groningen. Voorts was er een Gewestelijke Raad van Advies onder voorzitterschap van J.M.N. Kapteyn, met als leden Jac. ter Haar Ezn. uit Ruinerwold, N.E. Kamperdijk uit Groningen, Kor Kuiler uit Groningen, J.H. Sweers uit Nieuw-Buinen, H.J. Bon uit Zuidlaren en J.J. Uilenberg uit Paterswolde. Het bureau werd op 28 november 1942 geopend. De Schouw, het orgaan van de NKK, wijdde een Groningen-Drenthe nummer aan de opening van het Gewestelijk Bureau.

De schrijver Jan Jantinus Uilenberg werd correspondent voor Drenthe. Hij werd als zodanig op 28 november 1942 beëdigd, toen hij al bijna een jaar voor de Kultuurkamer werkzaam was. Zijn taak bestond uit het verzamelen van gegevens over personen (vooral schrijvers), die naar zijn mening geschikt waren om 'lid' te worden van de Kultuurkamer. Verder moest de correspondent propaganda maken voor deze instelling. Maandelijks stuurde Uilenberg zijn rapporten via de hoofdcorrespondent naar Den Haag. Daarbij waren ook lijsten met namen van Drentse auteurs die zich aangemeld hadden en van anderen die hij graag bij de NKK zou betrekken. [Nijkeuter]

Literatuur