Begrip

Kerstmis

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Kuipers

Feestdagen op 25 en 26 december.

De tijd rond het kerstfeest werd 'midwintertied' genoemd. In volle verwachting werd hier vroeger naar toe geleefd. De kersttijd werd ook wel 'hillige daag' genoemd, de heilige dagen. Er lag een waas van geheimzinnigheid over de midwintertijd. Alles wat 'in 't ronde giet' moest op de dag voor kerst stil staan. Geen spinnewiel draaide, geen koffiemolen werd gebruikt. De aardappels voor de volgende dag waren al geschild, want dat ging ook in het rond. De mannen mochten die avond niet breien; breien was namelijk mannenwerk. Men zat die avond gezellig bij het haardvuur.

Boeren hadden veel aandacht voor het weer. Groene kerst zou een witte Pasen geven, dus met sneeuw. Zaten de kraaien met kerst in de klaver, dan zaten ze met Pasen in de modder (regen). IJs dat met kerst wilde houden, kon na de kerst geen muis meer dragen.

Eerste kerstdag zat de kerk tjokvol. Het gebruikelijke aflezen van nieuws - de kerkenspraak - werd eerste kerstdag achterwege gelaten. Na kerktijd zat het gezin bij elkaar in het woonvertrek. Er werd gesproken over geestelijke zaken. Meisjes en vrouwen zongen af en toe een toepasselijk lied. De dorpsstraat was leeg, ook 's avonds. Dan werd ganzenbord gespeeld, of het bekende molenspel.

Tweede kerstdag was rumoeriger, meer een uitgaansdag. Men was dan benieuwd naar de kerkenspraak. Vooral de jeugd wilde weten welke wedstrijden werden gehouden in zaklopen enz. Tweede kerstdag was de naamdag van Sint Stefanus. Het steffenrijden en steffenlopen waren bekende gebruiken. Het steffenlopen werd ondernomen door kinderen en behoeftigen voor een extra boterham: een 'dikke stoetbrugge', een boterham met boter. Het steffenrijden (steffenrien) was het rijden op ongezadelde paarden over de winterse akkers. Bij alle herbergen werd gestopt. Daar moest de herbergier de ruiters een borrel presenteren. De ruiters moesten de borrel, gezeten op het paard, achteroverslaan. Dan ging het naar de volgende herberg. In de laatste helft van de 19e eeuw werden op tweede kerstdag 's avonds toneelvoorstellingen en voordrachten gehouden door de rederijkerskamers.

Met midwinter ging de natuur ook weer de goede kant op. De meierboeren moesten in deze tijd beslissen over het pachten van een (andere) boerderij per 1 mei. Dat gaf spanning. Ook het dienstvolk moest beslissen over de besteding per die datum. Dan was kerst voorbij en zag men nieuwjaar tegemoet. [Kuipers]

Literatuur