Locatie

Gasselte

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Schaafsma & Kooi
Bron: Drents Archief

Dr.: Gasselt

1. Voormalige gemeente, zie: Aa en Hunze.

2. Esdorp in de gemeente Aa en Hunze (tot 1998 Gasselte), gelegen op de Hondsrug tussen Gieten (noorden) en Borger (zuiden). Ten noordoosten ervan liggen de veenkoloniën Gasselternijveen, Gasselternijveenschemond, Gasselterboerveen en Gasselterboerveenschemond, ten westen het boscomplex Gasselterveld met de gelijknamige boerderij, de Gasselterdennen en de weg Gasselterscheiding (tevens de voormalige gemeentegrens tussen Gasselte en Gieten).

Bronnen vermelden: de Gesholte (1309), de Gasselte (1359), van Gasselt (1362) en to Gasselte (1433). De naam is opgebouwd uit gas, gais = onvruchtbaar en holte = bos; de mogelijke betekenis is dus: onvruchtbaar bos.

Vanaf 1650 werd hier het markeveen ontgonnen, hetgeen gedeeltelijke scheidingen van veenmarken met zich meebracht. Ook werd het zandgebied ten westen van het dorp aangepakt (zandontginningsgronden).

De kerk van Gasselte is vanuit Borger gesticht; in 1359 was hier een pastoor, na 1362 tevens een vicaris (priester om missen van overledenen te lezen tegen een vastgestelde vergoeding).

De witgeverfde hervormde kerk dateert uit de 14e eeuw en is in de 18e en 19e eeuw verbouwd. De dakruiter is van 1787. De stichter van de vicarie alhier was Wermoldt van Gasselte. Zijn kleinzoon werd ook heer van Ruinen; zijn nazaten hadden tot 1599 invloed in de dorpsgemeenschap van Gasselte. In deze plaats hadden de eigenerfden het collatierecht. Hier stond in de periode 1620-1746 de familie Fabritius en schoonzoon Warner Emmen als predikant.

De familie Struuck hield zich medio 17e eeuw bezig met koop en ontginning en wel met de helft van de venen in de Gasselter marke; in 1662 werd het octrooi verstrekt. In 1667 werd op verzoek van Johan Struuck de Hunze als natuurlijke stroom tot vrij vaarwater ten behoeve van de turfafvoer verklaard door de Staten-Generaal. Hiervan profiteerden naast Gasselte ook Gieten, Eext en Bonnen.

De korenmolen dateert uit 1840. Hierin bevindt zich een klein museum-bakkerswinkeltje. Voorts bezit het dorp een paardensportcentrum, bungalowparken (De Kremmer, De Houtwal, Ravijnzicht), kampeerterrein De Hoefslag en recreatieplas 't Nije Hemelriek ten westen van het dorp. Tussen de ven Hemelrijk en een grote zandwinplas nabij de uitzichttoren van het Gasselterveld. Ten zuiden van de dorpskern ligt het Gemeentelijk Natuurterrein Gasselte (16 ha); het maakt deel uit van het Drouwenerzand.

Schimpnamen voor de inwoners: Beren, Diknakken, Stalpaolen en Stoetkonten.

 

3. Typeaanduiding voor enkele bootvormige boerderijtypen uit de Volle Middeleeuwen.

Bij het oudste type (Gasselte A, 9e eeuw) staan de staanders in de wand en zijn er twee paar ingangen als bij de voorafgaande, smallere Odoorn-typen. Bij het jongste type (Gasselte B, 10e -14e eeuw) ligt de hoofdingang in de achtergevel van het staleinde en zijn er meestal uitkubbingen langs de lange wanden, waardoor de plattegrond geheel of gedeeltelijk drieschepig is en vergelijkbaar met die van de oudste bestaande boerderijen.

Gebaseerd op opgravingen door het Biologisch-Archaeologisch Instituut in 1975 en 1976. Daarbij werd op de Galgenakkers, een bouwlandcomplex direct ten westen van het zgn. Lutkenende, een rij van elf door palissaden en wallen omgeven en aanvankelijk door stegen van elkaar gescheiden erven met boerderijen, een- en tweeschepige schuren, komhutten, waterputten en vijf- tot zevenhoekige roedenbergen uit de 9e-12e eeuw na Chr. gevonden. Uit het door Van Zeist verrichte onderzoek van verkoolde resten van zaden en vruchten volgt dat rogge, gerst en haver vermoedelijk in wisselbouw werden geteeld. Sporadisch kwamen ook zaden voor van vlas, tuinbonen en erwten. Boerderijen van de Gasselte-typen zijn sindsdien opgegraven in onder meer Peeloo en Pesse.

Literatuur