Locatie

Dwingelderveld

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

H. Dekker

Nationaal park (3700 ha) in de gemeente Westerveld.

Grootste en belangrijkste natte heidegebied van West-Europa.

Het bos- en heidegebied is grotendeels in beheer bij Staatsbosbeheer en de Vereniging Natuurmonumenten. Ongeveer 500 ha is eigendom van particuliere eigenaars. Het gebied valt uiteen in de boswachterij Dwingeloo, met onder meer Kralose heide, Witteveen, Lheebroekerzand en Lheederzand, de Dwingelose heide met Benderse berg en Davidsplassen en bosgebieden in het westen en noordwesten met o.a. Anserdennen en Boerdennen.

De heidegebieden nemen 40% van de oppervlakte in en bos 50%. Voormalige landbouwgronden vormen de overige 10%. Door zijn uitgestrektheid en gaafheid komen in het gebied veel zeldzame planten en dieren voor. Hiertoe horen Klokjesgentiaan, Drijvende egelskop, Dennenorchis, Gevlekte orchis, Beenbreek, Aardbeivlinder, Gentiaanblauwtje, Geoorde fuut en Wespendief.

In de bossen komen twaalf soorten varens voor. Met name de heide is een zeer belangrijk leefgebied voor Adders, waarvan een aanzienlijke populatie voorkomt. Ook Ringslang en Gladde slang komen voor. Zeer belangrijk is de aanwezigheid van drie soorten zeer zeldzame vlinders die aan gave hoogveencomplexen gebonden zijn: Veenbesblauwtje, Veenbesparelmoervlinder en Veenhooibeestje (zie ook: Veenvlinders).

In de jaren 1920 pleitten de beroemde Drentse natuurbeschermers van het eerste uur Beijerinck, Brouwer en Clason voor het stichten van een reservaat in het Geusingerveld, onderdeel van het huidige Dwingelderveld. In 1929 wees Jac. P. Thijsse op de grote waarden van het gebied. Thijsse vond dat er tenminste één groot heidegebied in Drenthe gespaard moest blijven voor ontginning. De keuze viel op het Dwingelderveld. Samen met Van Tienhoven startte Thijsse een inzamelingsactie om f 100.000 bij elkaar te brengen die voor de vorming van het reservaat nodig was. Het Provinciaal Bestuur van Drenthe deed echter niet mee. Mogelijk daardoor lukte het niet het volledige bedrag bijeen te brengen. Toch kon Natuurmonumenten in 1930 en 1931 de eerste 700 ha kopen in het westelijk deel van de heide. Zeer belangrijk was voor het slagen van de aankopen was de inzet van de gemeenteveldwachter Dolfing. Dolfing heeft jarenlang de belangen van de Vereniging Natuurmonumenten in Dwingeloo trouw behartigd. Naar hem is een ven in het westelijk deel van het park vernoemd. Na WO II werden vooral de eigendommen van Natuurmonumenten steeds verder uitgebreid tot zo'n 1200 ha tegenwoordig. Staatsbosbeheer was al in 1905 gestart met het bebossen van de heide. In de WO II werd zijn gebied uitgebreid met de Kraloerheide en het hoogveengebied Holtveen. Dit schitterende heide- en veengebied dreigde in 1941 te worden ontgonnen. Onder druk van onteigening verkocht de toenmalige eigenaar, de heer Pol, dit stuk heide alsnog. Jammer genoeg waren toen enkele stukken van heide toch al ontgonnen. Helaas zijn de percelen in het Noordenveld nog steeds niet allemaal aangekocht, waardoor de ontwatering van de omringende heide en die langs de waterlossing richting Ruinen problematisch is.

In 1991 is het Dwingelderveld aangewezen als nationaal park vanwege de gaafheid van het heidelandschap. Hoofddoel van het nationaal park is het behoud en verder ontwikkeling van het heidelandschap en in het bijzonder van natte heide en hoogveen. Problemen bij het beheer van het gebied zijn met name de op de omliggende landbouwgronden afgestemde waterhuishouding, de beïnvloeding van de vegetatie door zure neerslag en de intensieve recreatie.

Het bosgebied binnen het park is met name in de eerste helft van de 20e eeuw aangelegd op stuifzand en heide met als doel »hout te produceren. Tegenwoordig heeft het bos vooral een recreatieve en natuurfunctie. Ten behoeve van het herstel van het ecosysteem heide en veen zijn bosgebieden gekapt en zijn sloten en greppels gedempt. Hierdoor ontwikkelt zich weer opnieuw heide en veen. Ook in het heidegebied zijn de laatste decennia veel sloten gedempt om de waterhuishouding te verbeteren, zodat de natte heide niet verloren gaat. Door de heide intensief te beheren door middel van begrazing (heideschapen, runderen), plaggen, maaien en branden, worden effecten van verzuring bestreden.

In het gebied zijn twee schaapskuddes die door een herder worden geleid: de Ruiner schaapskudde en de eigen schaapskudde van Natuurmonumenten. Daarnaast grazen er schapen binnen rasters in het gebied van Staatsbosbeheer. Om de recreatiestroom in te dammen wordt er gewerkt aan een zonering van de recreatie, waarbij kwetsbare gebieden worden ontzien. In het gebied zijn drie bezoekerscentra (Ruinen, Lhee en Spier). Het tijdschrift Veldspraak geeft twee maal per jaar informatie aan bewoners. De jaarlijkse Natuurkrant - vol met activiteiten - is er speciaal voor recreanten. [H. Dekker]

Literatuur