Begrip

Drentse Dierennamen

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Tissing
Een opgezette uil voor direkteur Diemel van de Drentse en Asser Courant te Assen. urn:rights:all-reserved

Volksnamen (ook streeknamen genoemd) voor dieren in de streektaal.

Omdat het Drents meerdere varianten kent (Drentse dialecten), kunnen de volksnamen per regio verschillen. De volksnamen zijn in de loop der tijd - tot het begin der 20e eeuw - ontstaan. Talrijke zijn weer in onbruik geraakt, andere worden in de streektaal nog gebruikt. De moderne communicatiemiddelen zorgden ervoor dat het gebruik van de namen van 'plaatselijk' naar 'landelijk' verlegd werd. Zo ontstonden de Nederlandse namen voor dieren. Voor wetenschappelijk gebruik kennen we de Latijnse namen. De basis voor deze naamgeving heeft de Zweedse natuuronderzoeker Carolus Linnaeus (1707-1778) gelegd.

De meest opvallende dieren hebben vaak meer volksnamen. Zo heet de Ooievaar (Coconia ciconia) in Drenthe: Aiber, Aibert, Eileuver, Heileuver, Euver, Luiber, Luibert en Stork. Ook het kleine Winterkoninkje (Troglodytes troglodytes) heeft meerdere namen: Winterkeuninkien, Nettelkeuning, Toenkroepertie, Tuunkroeperie, Tuunkroepertien, Hegetatertien (lawaaimaker in de heg) en Hegekroepertien. De Egel (Erinaceus europaeus) heet in het Drents: Eggel, Iegel, Iegelhond, Iegelkaor, Iegelzwien, Iggel, Iggelvarken, Iggelkaore, Stiekelvarken, Stiekelzwien, Stikkelvarken, Stikkelhond en Zwieniegel. Mieren noemt men mieghummels (pishommels), echter de opvallendste mier, de Rode bosmier (Formica rufa), heet naar zijn manier van nestbouw: Sprikkendrager (sprikken zijn dunne takjes), Sprokkel of Sprokkeling. Op bunzingen, hermelijnen en wezels werd vroeger veel gejaagd. De Bunzing (Putorius foetidus) heet in de streektaal: Beunzelk, Bunzelk, Buunsling, Buunzeling, Buunzelk, Buunzik, Buunzing, Buunzink, Buusling, Mutte en Ulk. De laatste twee namen zijn oude, praktisch niet meer gebruikte, namen. Ulk komt nog wel voor in de zegswijze 'Wat bi'j toch een vieze ulk' (viezerik, smeerpoets). De Hermelijn (Mustella erminea aestiva) en de Wezel (Mustella nivalis) lijken veel op elkaar.

Van oude namen weet men tegenwoordig niet meer welk van de twee hiermee aangeduid werd. Zo worden voor beide de namen Aierharmtien, Aaierwezel, Eierwezel opgegeveven. De Hermelijn heet in het Drents ook wel: Hermelien, Hermelijk, Harmeltien, Harrempien, Herrempien, Witte wezel. Uit de laatste naam blijkt dat de Wezel in de streektaal ook Wezel of Wezeltien heet. Door de lijstervangst vroeger zijn er voor de lijsterachtigen (in het Drents kliesters of liesters) ook veel volksnamen ontstaan. De Merel (Turdus merula) heet Gieteling, Gietelink en Zwarte liester; de Kramsvogel (Turdus pilarus) noemt men Schatliester of Schatterliester (maakt een schetterend geluid); de Koperwiek (Turdus iliacus) is een Roodvleugeltien; de Grote lijster (Turdus viscovorus) heet Bonte liester, Grieze liester of Vluchter; de Zanglijster (Turdus philomelos) kennen we als Bonte liester, Bonte liesting en Gele liesting; de Beflijster (Turdus torquatus) werd gevangen als Befliester, Dasliester, Dasmannegien of Domeneersliester. Alle uilen heten in het Drents katoelen. Alleen de dicht bij de mensen wonende Kerkuil (Tyto alba) kreeg duidelijk streeknamen: Kaarkoele, Karkoele; Torenoel; Liekoel en Liekenoel. De laatste namen hebben te maken met bijgeloof. Vroeger werd er wel een uil aan de deur gespijkerd om boze geesten te weren.

De mensen worden vaak lastig gevallen door vliegen en muggen. In het zuiden van Drenthe heet een mug mogge, terwijl noordelijker in Drenthe de mensen gestoken worden door een neefie. Een vlieg heet in Noord-Drenthe mug en zuidelijker noemen ze hem een vliege. De Blauwe vleesvlieg of Bromvlieg (Calliphora vomitoria) heeft de volksnamen Brommer, Brommerd, Bromkont, Bromvliege, Klootkraomer en Spekmug. De laatste naam geeft aan dat maden in het spek een gevolg van legactiviteiten van deze vlieg waren. Een nog nieuwe streeknaam, ontstaan in de tijd dat de daken in dorpen en steden vol tv-antennes stonden, is het Antennedoefie. Het betreft hier de Turkse tortel (Streptopella decaocto) die zich vanaf 1949 in ons land verspreid heeft. 

Literatuur