Begrip

Bevolking

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Bron: Gemeente Borger-Odoorn
Demografische gegevens over omvang, ontwikkeling (geboorte- en sterfte, migratie), samenstelling (leeftijdsopbouw, vergrijzing, beroepsbevolking) en spreiding (over de zandstreken en het veen, steden, huisvesting) van de Drentse bevolking. Omvang en ontwikkeling - De eerste officiële »volks-telling dateert van 1795. De bevolkingsaantallen van vóór die tijd zijn slechts bij benadering bekend. Geboorte en sterfte - Het verschil tussen geboorte en sterfte maakt het geboorte- dan wel sterfteoverschot uit. Tot ver in de 19e eeuw waren de sterftecijfers hoog. Vooral de sterfte onder zuigelingen en kinderen was daarop van invloed. Tot ca. 1916 maakte de sterfte in het eerste levensjaar 20% uit van het totaal. Ook vele vrouwen stierven in het kraambed. De algeme-ne sterfte was in de 19e eeuw hoog, maar nam na 1875 af vanwege betere hygiëne, woonomstandigheden, voeding, kleding, drinkwa-ter en medische voorzieningen. Toch waren er pieken door epidemieën als de Spaanse griep in 1918/1919. Ook »cholera en de 'volksziekte' »tubercu-lose veroor-zaakten veel slachtoffers. Was de sterfte in 1890 nog 19,5?, daarna daalde ze. In 1930 kwam het cijfer voor het eerst beneden de 10o/oo namelijk 9,3. Daarna daalde het door tot 6,6o/oo in 1950. Daarna steeg het echter weer, in 1960 7,4o/oo, en 9,2o/oo in 2001. Behalve de sterftecijfers waren ook de geboortecijfers hoog, boven de 30o/oo per jaar. Pas na 1960 daalden de geboortecijfers sterk. Migratie - Het bevolkingsaantal wordt mee bepaald door binnenko-mende en vertrekkende migran-ten. Het verschil tussen beide is het migratiesaldo en kan leiden tot een ver-trekover-schot of een vestigingsoverschot. Het vertrek overheerste in de afgelopen anderhalve eeuw, maar werd gecompenseerd door de hogere natuurlijke aanwas. Na 1960 was er een groeiend positief migratiesaldo met als hoogtepunten 1975 en 1997. Tussen 1600 en 1800 zijn er Drenten weggetrokken. Vooral de eerste decennia van de 17e eeuw was er sprake van grote ontvolking als gevolg van de »Tachtigjarige Oorlog. In later eeuwen dreef de werkloosheid veel Drenten naar elders. Zo zijn in de jaren 1920 en 1930 groepen naar Eindhoven (Philips), Twente (textiel) of IJmuiden (Hoogovens) gegaan. Tussen 1950 en 1959 migreerden ca. 50.000 Drenten naar de Randstad. Hoewel de stroom daarna afnam, gingen er tussen 1960-1964 nog ongeveer 10.000 inwoners hen achterna. In 1980 ver-huisden ongeveer 3000 Drenten naar de provincie Groningen, vooral jongeren in verband met studiedoeleinden. Na 1964 werd Drenthe een immigratiegebied voor personen uit de Randstad, terwijl ook zo'n 2000 Groningers zich hier vestig-den. Emigratie naar het buitenland vond op beperkte schaal plaats. In voorgaande eeuwen vond er geregeld immigratie plaats van mensen van over de grens uit Westfa-len en Münster. Ze kwamen hier binnen op zoek naar werk, begonnen kleine boerderijen of brachten hun handel mee. Vele Drentse geslachten hebben wel een voorouder die uit Duitsland afkomstig is. Grote aantrekkingskracht hebben de Drentse venen gehad. Veenarbeiders uit Friesland, Groningen en Over-ijssel verhuisden naar de Drentse venen op het moment dat die in eigen pro-vin-cies uitgeveend waren. De »Koloniën van Weldadigheid in Frederiksoord en de Rijkswerkinrichtingen in Veenhuizen herbergden in de 19e en 20e eeuw vele mensen van elders, meest voor langere tijd. Op 22 maart 1951 arriveerde de eerste groep »Molukkers in de provincie. Van de ruim 12.500 personen die naar Nederland kwamen, werden er meer dan 2000 in »Schattenberg, het voormalig »Kamp Westerbork geplaatst. Later verruilden zij, al dan niet gedwongen, dit »woonoord voor speci-ale woonwijken, in Assen en Boven-smil-de. Een andere groep binnenkomers wordt gevormd door de gastarbei-ders die in de jaren 1960 werden aangetrokken, zoals de Joegoslavische meisjes in de Emmer textielindustrie. De laatste jaren doet zich een migratiestroom voor van »asielzoekers. De groep allochtonen, zij die zelf in het buitenland zijn geboren of een van hun ouders, bedroeg op 1 januari 2001 in Drenthe 39.985 personen (8,4% van de totale bevolking). De groot-ste groep van hen wordt gevormd door burgers uit de EU-landen (-31,5%). De in grootte daarop volgende groep bestaat uit personen die uit Indonesië afkomstig zijn. De meeste allochto-nen woonden op 1 januari 2001 in Emmen. Een heel ander vestigingsmotief hadden zij die in Dren-the gingen wonen omdat de omge-ving hen goed beviel. Zij zochten woningen, rust en ruimte. Zo ving Noord-Drenthe de overloop van de stad Groningen op. Dorpen als Peize, Paterswolde en Hondsrugdorpen als Zuidlaren en Annen groeiden daardoor sterk. Gepensioneerden, bemiddelde rustzoekers, die in Drenthe een boerderijtje kochten of een bungalow lieten bouwen en kwamen 'Drentenieren'. Samenstelling - Niet alleen het bevolkingsaantal veranderde, ook de samenstelling verschilt met die van een eeuw gele-den. Het gaat dan om de leeftijdsopbouw. De jaren 1909 en 2000 vertonen in dat opzicht duidelijke verschillen. In 1909 had Drenthe een zeer jonge bevolking. De groep 0-19 jaar vormde 47% van de totale bevolking. Daarentegen was de groep 65+-ers slechts 5,6% groot. De 20-64-jarigen, de productieven, maakten 52,6% van de bevol-king uit. In 2000 waren de verhoudingen veranderd: 0-19 jaar 24,5%; 20-64 jaar 60,1% en 65+ 15,4%. Opvallend is dus de toename van het aantal ouderen (65+), van 5,6 naar 15,4 %. Bovendien wordt de bevolking gemiddeld steeds ouder. Vormde de groep 80+ in 1909 met 1061 personen (548 mannen en 513 vrouwen) 0,6% van het totaal, in 2000 omvatte deze 16.891 personen, 3,6% van de totale bevolking. Tussen 1600-1800 was heel Drenthe zeer dun bevolkt en ook daarna in vergelijking met elders was van grote bevolkingsconcentraties geen sprake. De meeste Drenten woonden op het platteland Er waren slechts enkele steden, Meppel en Coevorden, terwijl Assen zich pas laat ontwikkelde. De meeste inwoners waren werkzaam in de agrarische sector of in het veen. Hoogeveen was in de 18e en een groot deel van de 19e eeuw de volkrijkste gemeente. Met de »vervening groeide de bevolking tussen 1795 en 1900 aldaar het snelst . Woonde in 1630 ca. 6% van de Drentse bevolking in veengebieden, in 1795 was dat 21%, in 1850 26% en in 1900 40%. De 20e eeuw liet grote veranderingen zien. Kernen groeiden uit door industriali-satie. Naast Meppel, Hoogeveen, Coevorden en Assen, groeiden ook plattelandskernen als Roden (industrie; forensen) en Beilen (»Domo). Vooral Emmen (dorp en gemeente) groeide explosief. Forensen vestigden zich in Noord-Drenthe, waardoor plaatsen als Roden, Peize, Vries, Eelde-Paterswolde, Zuidla-ren, Annen en andere Hondsrugdorpen sterke groei ondergin-gen. De gezinsverdunning heeft meegewerkt aan de verhoogde behoefte aan huisvesting. Omvatte het gemiddelde huishouden in de 17e eeuw 5,2 personen, in de 18e eeuw was dat verminderd tot 4,9. Vooral de laatste decennia zijn de gezinnen kleiner geworden en gaan jongeren eerder zelfstandig wonen. De druk wordt nog versterkt door het (toenemende) aantal echtscheidingen. Door industrie en forensisme is de beroepssamenstelling sterk veranderd. Was deze in de 19e eeuw betrekkelijk eenvou-dig en was een groot deel van de bevolking in landbouw of ontginning werkzaam, nu zijn er vele bedrijfstakken en bedrijfsklassen bijgekomen. Zo was in 1998 slechts 5,9% van de beroepsbevolking van Drenthe werkzaam in de landbouw. De industrie gaf daarentegen ongeveer 15% werk, handel en repara-tie waren goed voor ongeveer 12,5% van de beroepsbevolking, terwijl ca. 10,3% in de gezondheidszorg werkte. [M.A.W. Gerding & Timmer]

Literatuur

Documenten