Begrip

Beurtvaart

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Kerkmeijer

Regelmatige scheepvaartverbinding tussen verschillende plaatsen op vastgestelde tijden, onderhouden door in toerbeurt varende schippers. I

In de 17e en 18e eeuw was de beurtvaart in Drenthe voornamelijk een Meppeler aangelegenheid. Zo was er al in de eerste helft van de 17e eeuw een veerdienst van Meppel op Amsterdam. In 1654 werd deze onregelmatige vaart omgezet in een gereglementeerde beurtveerdienst. Vanaf dat moment vertrokken iedere zaterdag en woensdag veerschepen van Meppel op Amsterdam waar een vaste aanlegplaats voor de Meppeler schepen was gereserveerd tussen de Dam en de Papenbrug. Meppeler beurtschippers werden grootschippers genoemd (zie: Schippersgilde). Zij voeren in de 17e eeuw voornamelijk met zeegaande potschepen en geboeide pramen. Het aantal grootschippers was nooit meer dan vijftien per jaar en schommelde gemiddeld rond de zes. Met het Amsterdamse veer werd slachtvee, zuivel, granen textiel en turf naar Amsterdam gebracht. Ook konden tegen betaling passagiers meevaren. In 1806 kostte een passage naar Amsterdam tussen de tien of vijftien stuivers. Uit Amsterdam namen de schippers allerlei verschillende soorten lading mee als specerijen, suiker, zout, zeep en koloniale waren.

In 1659 voer Syske Oeges een wekelijkse beurtveerdienst van Hoogeveen op Meppel. Vanaf 1697 werd er vanuit Meppel ook een vast beurtveer op Zwolle en Kampen onderhouden.

In de tweede helft van de 18e eeuw nam het aantal veren toe. Zo was het aantal veren vanuit Meppel in 1806 opgelopen tot zeventien. Naast vijf veerdiensten op Amsterdam waren er toen veren naar bijv. Haarlem, Steenwijk, Assen en Hoogeveen. In 1847 startte er vanaf Assen ook een regelmatige beurtdienst op Amsterdam. In de 19e eeuw bleef het aantal beurtveren van Drenthe op Amsterdam schommelen rond de drie of vier. Het aantal beurtdiensten binnen Drenthe nam echter toe, voornamelijk met snikken, jaag- en trekschuiten (zie: Trekschuitdiensten).

In 1863 startte de Drentsche en Overijsselsche Schroefstoombootdienst de eerste regelmatige stoombeurtdienst in Drenthe die al snel door andere werd nagevolgd. Tot dat moment moest elke beurtdienst een concessie of vergunning van rijkswege bezitten om te mogen varen. In de wet Tak van Poortvliet van 23 april 1880 werd dit echter afgeschaft waardoor alle gereglementeerde beurtveren vervielen. De snikke- en beurtvaart was vanaf dat moment vrij en werd geheel aan de ondernemers overgelaten. Rond dezelfde tijd werd een stoombootdienst tussen Meppel en Amsterdam in gebruik gesteld. Drie van de vier veerschippers die van Meppel op Amsterdam voeren verkochten al in 1879 hun vaartuigen aan de Drentsche Stoomboot Maatschappij en kwamen bij haar in dienst.

Vanaf het vrijgeven van de beurtvaart in 1880 nam het aantal beurtdiensten in heel Drenthe sterk toe. In de 20e eeuw bleef de term 'beurtvaart' bestaan voor de vaste binnenvaartdiensten voor passagiers en goederen, ook als deze slechts door één persoon of één rederij werden onderhouden. In 1933 werd de beurtvrachtvaart geregeld in de Wet Evenredige Vrachtverdeling waarbij de beschikbare vracht evenredig over de beurtschippers werd verdeeld (zie: Bevrachtingscommissie). Na 1945 verkochten veel beurtschippers hun vaartuigen, schaften een vrachtwagen aan en gingen verder als expeditiebedrijf. 

Literatuur