Begrip

Rietgans

reageer

Uw reactie

Wij zijn altijd opzoek naar reacties om de kennisbank van Drenthe uit te breiden. Wanneer u een correctie wilt doorgeven of een lemma wilt aanleveren voor de Drentse encyclopedie dan kunt u onderstaand formulier gebruiken. Ontroerende anekdotes bij een lemma of anderszins bijzondere verhalen worden niet als zodanig opgenomen in de encyclopedie. Deze reacties zullen derhalve niet in behandeling worden genomen.

Lat.: Anser fabalis

Wintervogel.

Doortrekker en wintergast in vrij groot tot groot aantal in alle delen van Drenthe. Op pleisterplaatsen in Noord- en Zuidwest-Drenthe worden beide ondersoorten (de taiga- en de toendravorm) waargenomen, elders in Drenthe meestal alleen rietganzen van de taigavorm, wat voor Nederland uitzonderlijk is. De rietganzen fourageren zowel op open als op besloten gelegen gras- en bouwlanden en hebben voorkeur voor akkers met oogstresten van aardappelen, suikerbieten en maïs. De ganzen overnachten op het water of op het ijs in vennen, hoogveengebieden, meren en vloeivelden.

De grootste aantallen (tot 15.000 exemplaren gemiddeld) worden waargenomen tussen half januari en begin maart, met name in het Hunzedal en de Veenkoloniën en in het westen van de provincie van het Leekstermeer tot in het Dwingelderveld. Bij strenge winters neemt het aantal sterk toe (tot 60.000 exemplaren) vanuit oostelijker gelegen overwinteringsgebieden. Drenthe is dan ook een overwinteringsgebied van internationaal belang.

Literatuur

  • Lit.: P. Venema en Werkgroep Avifauna Drenthe, Wintervogels in Drenthe (Assen 2001).